Dit is een pleidooi voor ‘niets doen’. Een gedurfd pleidooi in deze tijd, we moeten immers nu juist van alles doen. We moeten ons inzetten voor het klimaat, voor rechtvaardigheid, voor vrede, en niet te vergeten voor onze directe naasten.
En ook in de kerk mag wel wat gebeuren. Onlangs heeft het Centraal Bureau voor de Statistiek de nieuwste cijfers over kerk en geloof bekend gemaakt. Zelfs in Friesland zijn die weer een beetje teruggelopen. Tijd om aan de slag te gaan dus.
Toch pleit ik voor de moed om soms niets te doen. Dat heb ik van de evangelist Marcus. Jezus sprak: “Het Koninkrijk van God is als een boer die zaad strooit in de aarde: hij slaapt en staat weer op, dag in dag uit, terwijl het zaad ontkiemt en opschiet, ook al weet hij niet hoe. De aarde brengt uit zichzelf vrucht voort, eerst de halm, dan de aar, en dan het rijpe graan in de aar. Maar zo gauw het graan het toelaat, slaat hij er de sikkel in, omdat het tijd is voor de oogst.”
Een bijbelstukje dat rust geeft. Geen gevlieg en geren. Niet ‘dit moet nog gebeuren, en dat ook’. Wat moeten we toch veel. Zeker in de kerk zijn we daar goed in. We zijn voortdurend bezig met wat er allemaal moet en met wat er juist niet mag. ‘In de benen’, denken we, anders wordt het nooit wat met de wereld en ook niet met het koninkrijk van God.
Marcus zegt: ‘Even rustig aan, vertrouwen is genoeg. Vertrouwen dat de aarde zelf het zaad doet ontkiemen en opschieten. En dan niets doen. Slapen, en opstaan. Dag in, dag uit. De aarde zelf brengt vrucht voort, wij weten niet eens hoe.’
Het is net als met onze kinderen. We kunnen enkel het beste wat we hebben in hun aarde leggen. En daarna afwachten en vertrouwen. Het zijn dan wel onze zaadkorrels, maar het is hun plant. Die komt heus wel op. Eerst de halm, dan de aar, dan het rijpe graan in de aar. Kinderen grootbrengen is je zaaigoed uit handen geven. Zij worden op hun eigen wijze grote, mooie mensen. Laat hen zelf groeien en tot ontwikkeling komen.
‘Wees zaaiers’, zegt Marcus. Geeft het beste wat je hebt. Je geloof, je hoop, en je liefde het meest. Vertrouw dat toe aan anderen, aan hun goede aarde. En heb vertrouwen dat goed zaad zeker zal opkomen. En dan ook niets durven doen. Je kunt nu eenmaal de plantjes niet uit de grond omhoogtrekken.
‘En daarna oogsten’, vervolgt Marcus. ‘Het begint met blijdschap over de opbrengst. Die vreugde is belangrijk. Niet miezemuizen over wat er niet is. Over dat er maar zo weinig planten zijn. Dat er vroeger meer planten waren. Nee, verheugen over de oogst die er nu staat. Zegeningen tellen, één voor één, en die binnenhalen.’
Zaaien en oogsten, dat is onze taak. En tussen zaaien en oogsten kunnen we rustig en ontspannen zijn. Mijn grootmoeder, de meest gelovige vrouw die ik gekend heb, zei: “Wij gieten, God moet de wasdom geven.” Daar zat eenzelfde rust en ontspanning in.