Het is weer zover: Dankdag voor gewas en arbeid. Een fossiel uit een ver en duister verleden, toen de mensen nog ploeterend door de modder trokken, zichzelf in het zweet des aanschijns werkten en met vreugde de oogst binnenhaalden. Een tijd die ver achter ons ligt. Zweten doen we tegenwoordig alleen nog in de sportschool of bij de bikram-yoga, en de groente ‘oogsten’ we in de supermarkt. En heb je wel een eigen moestuintje, dan voelt het toch wat gekunsteld om te danken voor die paar Madurodam-worteltjes en de aangevreten spitskool uit eigen tuin. Oké, het is gewas, maar het was wat karig. Of je dankt uit naam van de slakken; vanuit hun perspectief was de oogst waarschijnlijk juist overvloedig.
Geruisloos voorbijgaan
Toen ik op de basisschool zat, waren Biddag en Dankdag altijd bijzondere dagen. Een dag vrij van school. ’s Middags een dienst op de zolder van de kerk. En na afloop was er altijd iets lekkers te oogsten. Maar vandaag de dag gaan deze dagen meestal geruisloos aan mij voorbij. Geen vrije dag en geen kerk. En dat vind ik stom. Dat geruisloze voorbijgaan. Stom van mezelf. Juist nu een modderig en zwetend bestaan me niet vreemd is. Juist nu we overvloed oogsten op de sociale voedseltuin. Reden te over om te danken honderdvoud. En toch, zie ik vooral wat er nog beter kan, in plaats van te zien wat goed is.
God zag dat het goed was
En zie, het was goed. Woorden die klinken aan het begin van de tijd. God zag dat het goed was. Niet pas op dag 6, toen het scheppingswerk voor die week gedaan was; elke dag opnieuw. Zelfs al na dag 1, terwijl het nog in niets leek op wat het moest worden. Nog zoveel losse eindjes. Nog zoveel dat er nog niet was. Nog zoveel dat nog beter en mooier kon. Maar God zag dat het goed was. Dankbaarheid begint daar waar je gaat zien wat goed is. Daar waar je blik verschuift van ‘nog niet’, naar ‘al wel’. Of, en dat is veel moeilijker, van ‘niet meer’ naar ‘nog wel’.
Velden wit om te oogsten
Een aantal keer lezen we in de Bijbel dat Jezus diep medelijden heeft met mensen. Bijvoorbeeld wanneer Hij mensen ziet die diep uitgeput zijn, dolend door het leven zonder herder. Misschien wel op zoek naar beter, naar mooier, naar meer. En wat het allemaal nog schrijnender maakt, ze zien niet welke overvloed bij Jezus te krijgen is. De velden zijn wit om te oogsten. Al het beter, mooier en meer is bij Hem te vinden. Zolang ik enkel zie wat beter kan, heb ik geen oog voor wat mij gegeven is. Geen oog voor de oogst. Geen tijd voor vreugde. Meelijwekkend.
Open mijn ogen, Heer, om te zien dat het goed is.
Lees ook:
