Een dag heeft 24 uur. Geen minuut minder en zeker ook geen minuut meer. Dat is waarschijnlijk geen nieuws voor je. Voor mij ook niet. Zelf ben ik ook bekend met deze grenzen van de tijd. Toch, als het om plannen en het indelen van mijn agenda gaat, denk ik steevast dat er 48 uren in een dag zitten. Of dat ik uit twee personen besta. Of dat ik alles twee keer zo snel doe als in de werkelijkheid.
Wil iemand de kring leiden? Ja, tuurlijk, doe ik wel! Gaat er nog iemand op bezoek bij die vrouw? Oh, kan ik wel even doen. Wil je dat en dat voor mij maken? Ja, ga ik doen. Of, prop jij even een sociale voedseltuin, een studie theologie – als het even kan voltijds – en een jong gezin in één week? Ja, hoor, dat moet net lukken. En voor ik het weet, heb ik minstens 48 uur in een dag nodig om alles rond te breien wat ik aan hooi op mijn vork heb genomen.
Een deugd
Niet zo lang geleden stond ik bij de zelfscankassa in de supermarkt, toen een vrouw naast mij kwam staan. Ik ken haar uit de kerk. ‘Tjoh, Trix, wat moet jij druk zijn. Met alles wat je doet.’ ‘Och, dat valt wel mee,’ zeg ik stoer. ‘Ik ben gewoon niet zo’n stilzitter.’ En zo wuif ik mijn onredelijke omgang met de tijd luchtig weg. En eerlijk, ik voel me eigenlijk wel gevleid dat iemand vindt dat ik veel doe. Dan is het in ieder geval duidelijk dat ik hard werk. En hard werken, dat is een deugd, zo is mij geleerd.
Maar deugden kunnen ondeugden worden. Wanneer hard werken voorbijgaat aan de grenzen van de tijd. Of aan de grenzen van het lichaam. Wanneer het grenzeloos wordt. Het moderne en onbegrensde ‘druk druk druk’ ontkent misschien ten diepste wel ons mens-zijn. Met de steeds meer uitpuilende agenda’s hopen we torens tot in de hemel te kunnen bouwen. Willen we zijn als mensen zonder grenzen. Zijn als God.
Maar ik ben slechts een mens. Met één lichaam. En één leven. En dagen van 24 uur.