“Hoeveel uur per dag kom je eigenlijk buiten in de frisse lucht?” vroeg ik uit pure nieuwsgierigheid aan een korporaal. “De afgelopen vier dagen een kwartiertje, dominee” was het antwoord. Wat inhoudt dat gedetineerden in Nederland vermoedelijk vaker de frisse lucht zien en voelen dan een bemanningslid op een marinefregat. Tuurlijk, er zijn uitzonderingen. Mensen van de nautische dienst zijn bezig aan dek met trossen, ankers en rubberboten. En reden waarom er zoveel gerookt wordt aan boord van marineschepen is natuurlijk ook omdat het tegelijkertijd een reden is om buiten een kijkje te nemen en een praatje te maken. Het is dat ik niet rook, maar voor een geestelijk verzorger binnen de krijgsmacht vergemakkelijkt het je werk aanzienlijk.
Zieltogend in mijn hut
De afgelopen weken was ik voor het eerst een langere periode aan boord van een M-fregat, waarbij M staat voor Multipurpose. Lees: het schip kan aardig wat, in ons geval vooral onderzeebootbestrijding. De eerste weken leerden me twee zaken: ten eerste dat ik mijn gezin, tot katten aan toe, verrekte mis als ik langer van huis ben. Ten tweede dat mijn maag slecht opgewassen is tegen golven van 3 à 4 meter. Meermaals heb ik, hangend boven wasbak of wc-pot, mijn keuze voor dit werk sterk in twijfel getrokken. “We zijn slechts te gast op de zee”, appte een ervaren collega terwijl ik zieltogend in mijn hut lag. Ze had gelijk.
Het met elkaar rooien
Na slecht weer klaart het altijd op. En na verloop van tijd zie je de veilige bubbel die een marineschip óók is. Je leert elkaar kennen en begrijpen, je deelt dezelfde tijd en routines, je was wordt gedaan, je eten staat op gezette tijden klaar, je deelt dezelfde taal (“Ik ben bij hoge golven ook helemaal naar de ratten, dominee”). Internet is beperkt beschikbaar, van de buitenwereld krijg je maar weinig mee. Dus het leven speelt zich vooral binnen af: 180 mannen en vrouwen, overal vandaan, in een stalen omhulsel van 100 x 15 meter. Die allemaal beseffen dat ze het uiteindelijk toch met elkaar moeten rooien. En eenmaal na de helft van de reis allemaal terugverlangen naar huis. “Op zee verlangt de zeeman naar huis, en thuis verlangt hij naar de zee”, zei iemand me ooit. Een gedeeld verlangen, samen op reis met mensen die je niet gekozen hebt maar die je als bij genade toevallen.
Een fregat is net de kerk.