Doorgaan naar hoofdinhoud
Vindplaats van geloof, hoop en liefde
subline-curl
Abonneer je op Petrus Magazine

Uit uw hemel zonder grenzen

Lied 527 uit het Liedboek (+ toelichting), gezongen door Sera Noa.

(scroll naar beneden voor de toelichting bij dit lied)

Uit uw hemel zonder grenzen
komt Gij tastend aan het licht,
met een naam en een gezicht
even weerloos als wij mensen.

Als een kind zijt Gij gekomen,
als een schaduw die verblindt
onnaspeurbaar als de wind
die voorbijgaat in de bomen.

Als een vuur zijt Gij verschenen,
als een ster gaat Gij ons voor,
in den vreemde wijst uw spoor,
in de dood zijt Gij verdwenen.

Als een bron zijt Gij begraven,
als een mens in de woestijn.
Zal er ooit een ander zijn,
ooit nog vrede hier op aarde?

Als een woord zijt Gij gegeven,
als een nacht van hoop en vrees,
als een pijn die ons geneest,
als een nieuw begin van leven.

---

Toegelicht: Uit uw hemel zonder grenzen

(door dr. Oane Reitsma, predikant van de Protestantse Gemeente Enschede)

Neergedaald

Alsof God zomaar even langskwam, weer verdween en ondertussen een onuitwisbare indruk achterliet. Zo wordt Christus, zonder dat hij bij name wordt genoemd, in dit lied gepresenteerd. Als een vuur, als de wind, als een ster. Toch blijft het niet bij abstracte beelden: God kwam naar de aarde toe ‘met een naam en een gezicht’, als concreet en kwetsbaar mens. Voorzichtig, verkennend, tastend naar de mensen. De verbinding met deze mens is er niet alleen doordat God een medemens wordt, maar die wordt eens te meer uitgedrukt met het gebruik van de tweede persoon (‘Gij’) in het lied: er wordt niet óver God verteld, maar Hij wordt aangesproken, als in een gebed.

Christologie

In dit lied wordt een christologie (een zienswijze op Christus) naar voren gebracht van de Messias als vredebrenger, als levensbron, als woord dat mens geworden is, als voorganger op de weg van hoop. Daarbij horen ook paradoxale beelden die enerzijds het ongrijpbare ervan uitdrukken – een schaduw die verblindt, een pijn die geneest – en anderzijds stem geven aan het overweldigende, bijna fysieke gevoel dat Hij achterliet, schrijnend en helend tegelijkertijd.

Menswording – epifanie – lijden – sterven – begraven

Alle facetten van het verhaal van Jezus komen aan de orde. Kerst (‘als een kind zijt Gij verschenen’), de eerste verhalen van zijn leven (‘een mens in de woestijn’), de weg van het lijden (‘nacht van hoop en vrees’), het sterven (‘in de dood zijt Gij verdwenen’) en de begrafenis (‘als een bron zijt Gij begraven’). Maar deze facetten komen niet in deze chronologische volgorde aan bod, maar verspreid door de hele liedtekst heen. Het is alsof de hele weg van lijden en dood al in zijn hele menszijn besloten lag.

Nieuw begin

Er blijven vragen achter. Is het met Zijn dood voorbij? Komt er ooit nog de vrede die Hij zou brengen? Maar door de vragen heen – en dat lag kennelijk ook al bij voorbaat in zijn wezen besloten – daagt de paasmorgen: het onverwachte beeld van de duisternis die licht is geworden midden in de nacht, de pijn die geneest, ‘een nieuw begin van leven’. Zo past dit lied, dat zo tekenend is voor de dichtkunst van Huub Oosterhuis en sinds het liedboek-1973 tot zijn veelgezongen liederen is gaan behoren, niet alleen in de tijd van epifanie (zoals het Liedboek aangeeft), maar kan het ook heel goed straks in de paastijd gezongen worden. Wat het vervolg is op dat ‘nieuwe begin’, dat is aan ieder van ons om dat in te vullen, geraakt en aangeraakt door deze bijzondere mens.

Dit lied werd gezongen in de laatste aflevering van 'Petrus in het land' (20 maart, KRO-NCRV), vanuit de Bethelkerk in Scheveningen. Bekijk of lees ook de overdenking van ds. Gerco Lock: