Doorgaan naar hoofdinhoud
Vindplaats van geloof, hoop en liefde
subline-curl
Abonneer je op Petrus Magazine

Straks bijeen

Het lied 'Straks bijeen', een lied geschreven in coronatijd (+ toelichting).

(Scroll naar beneden voor de toelichting bij dit lied)

Download de bladmuziek in bes-mineurDownload de bladmuziek in c-mineur

Straks bijeen, als de dreiging voorbij is.
Straks bijeen, het verdriet van de baan.
Weer bijeen, zonder afstand te houden,
opgetogen: de morgen breekt aan.

Samen zullen we danken en zingen.
Samen breken we brood, delen wijn.
Wij omhelzen elkaar weer met vrede:
een gebaar dat bijzonder zal zijn.

En we steunen elkaar en beloven,
na het leed dat we hebben doorstaan,
dat wij zien wat het nieuwe betekent
en daar zinvol mee om zullen gaan.

En ik hoop dat we zullen ervaren,
In geloof dat de liefde ons leidt:
Voor elkaar en voor moeder aarde
goed te zorgen nu en altijd.

Noorse tekst: Hans-Olav Moerk
Engelse vertaling en muziek: John Bell, Iona Community
Nederlandse vertaling: Gert Landman

Muziek: Frank van Essen, Allard Gosens, Jan Willem van Delft en Sjoerd Visser

---

Toegelicht: Straks bijeen

(door dr. Oane Reitsma, predikant van de Protestantse Gemeente Enschede)

Coronalied

“Straks bijeen” is een splinternieuw lied! Het is een vertaling van 'We will meet again' dat John Bell schreef in dit stadium van de coronatijd, waarin mensen ernaar uit kijken elkaar weer te zien en te omhelzen.

Estonia

De oorspronkelijke Noorse tekst is echter van de hand van Hans-Olav Moerk. In een toelichting vertelt hij het verhaal dat hem inspireerde voor dit lied. Bij de ramp met de veerboot Estonia in 1994, klommen twee mensen op de romp van het gekapseisde schip en ontmoetten elkaar daar. Daar maakten zij de afspraak dat, als zij het beiden zouden overleven, zij elkaar een half jaar later zouden ontmoeten in een café in Oslo. Daarna sprongen ze in het water en probeerden zwemmend zichzelf in veiligheid te brengen, terwijl er velen verdronken toen het schip uiteindelijk zonk. En zo geschiedde: een half jaar later ontmoetten zij elkaar, toen alle ellende, inclusief het verlies van geliefden, achter de rug was.

Hetzelfde gevoel kreeg de schrijver van het lied aan het begin van de coronatijd: het zou een onheilspellende ramp worden, waarvan niemand op dat moment wist hoe die zich verder zou ontwikkelen. Regeringsleiders wezen op de grootste crisis sinds de Tweede Wereldoorlog. Vanuit dat gevoel schreef Moerk de tekst: hoe opgelucht zullen we wel niet zijn, als alles achter de rug is. Zoals die twee mensen in dat café in Oslo op een voorjaarsdag, een nieuwe morgen.

Profetie

Het lied is niet alleen tijdgebonden aan deze coronatijd (of aan het verhaal van de Estonia). Uit de woorden spreekt een bijna eschatologische hoop, zoals we die kennen van de profetische visioenen in de Bijbel. Over een wereld waar pijn en angst en verdeeldheid voorgoed verleden tijd zijn en waarin we voor altijd op een andere manier zullen leven. Een herademing na een tijd van lijden. Een nieuw leven na de dood. Een openbaring. ‘Want', zo zegt de tekstdichter, ‘je waardeert pas wat je hebt als je het mist'. In dat besef steunen de mensen elkaar op hun levenspad, onderweg naar die nieuwe wereld.

Iona

John Bell, bekend als liedschrijver van de Iona-gemeenschap in Schotland, schreef een eenvoudige, enigszins melancholische melodie. Gert Landman bracht al meer van de Keltische spiritualiteit van Iona naar Nederland. De mooiste zinsnede in zijn vertaling van dit lied is: ‘Wij omhelzen elkaar weer met vrede: een gebaar dat bijzonder zal zijn.' Hij zet dat omhelzen namelijk op één lijn met het delen van brood en wijn: samen-zijn krijgt hier een sacramentele betekenis. De liefdevolle gemeenschap van mensen voor het aangezicht van God.

Zo is dit lied niet alleen een lied van verlangen, maar ook een lied van dankbaarheid voor alle goeds dat er zal zijn.

Bekijk ook de aflevering van 'Met hart en ziel' waarin dit lied werd gezongen, met de meditatie van scriba ds. René de Reuver:

Elke week het beste van Petrus online

Ontvang de wekelijkse nieuwsbrief

Foto: Marloes Kamer (KRO-NCRV)