“Ziek-zijn tast je identiteit aan. Je bent uit evenwicht gebracht en existentiële vragen dienen zich aan. Veel oude godsbeelden gaan op de schop.

Samen met de patiënt ga ik op zoek naar God. Ik bied een tegenover voor het gevoel dat ze hebben, een tegengeluid. Ik zeg vaak: ‘We staan samen op heilige grond.’
Ik sta in de Moluks-hervormde traditie. Dat betekent dat de Bijbelse verhalen steeds centraal staan. Zo praat ik vaak met mensen over het volk in ballingschap, het gevoel van ontheemd zijn – als je in het ziekenhuis ligt, voel je je vaak zo. God zit niet in je hartje, Hij of Zij is niet los verkrijgbaar. Het is juist in het stamelen van mensen dat ik God vind. En vaak pas achteraf, terugkijkend. Dat Hij rakelings voorbijkomt. Dan zeg ik, of een patiënt: ‘Hé, was God daar even verborgen aanwezig?’ Er ging even iets open. Of er was wat nieuwe veerkracht voelbaar. In die geestkracht van de ander zie ik iets oplichten van Gods koninkrijk.”
---
Lees ook:

