Doorgaan naar hoofdinhoud
Vindplaats van geloof, hoop en liefde
subline-curl
Word abonnee

Nobody knows the trouble I've seen

Het lied 'Nobody knows the trouble I've seen', gezongen door Berget Lewis.

Nobody knows the trouble I’ve seen,
nobody knows but Jesus.
Nobody knows the trouble I’ve seen,
glory halleluja.

Oh nobody knows the trouble I’ve seen,
nobody knows but Jesus.
Nobody knows the trouble I’ve seen,
glory halleluja.

Sometimes I’m up, sometimes I’m down,
o yes Lord.
Sometimes I’m almost to the ground,
o yes Lord.
Although you see me going long so,
o yes Lord,
I have my trials here below,
o yes Lord.

Oh nobody knows the trouble I’ve seen,
nobody knows but Jesus.
Nobody knows the trouble I’ve seen,
glory halleluja.

---

Toegelicht: Nobody knows the trouble I’ve seen

(door dr. Oane Reitsma, predikant van de Protestantse Gemeente Enschede)

‘Nobody knows the trouble I’ve seen’ is een traditionele Afrikaans-Amerikaanse spiritual, die stamt uit de periode van de slavernij in Amerika. De oorspronkelijke dichter en componist zijn niet meer bekend. Behalve in de jazz-scene, die voortkomt uit deze spiritual-traditie, vond het lied in de twintigste eeuw ook zijn ingang in de klassieke muziek. Bekende uitvoeringen zijn die van de zwarte musici Louis Armstrong (jazztrompet), maar ook die van Marion Anderson en Jessye Norman (klassieke zang). Ook werd het al vroeg een kerklied, gebruikt voor gemeentezang. Maar waar en hoe het ook uitgevoerd wordt, in een slavenhut, in de concertzaal, op tv of in de kerk: het is altijd ten diepste een geloofslied.

Tekst

Een iconisch lied als dit laat zich niet vertalen. Vandaar dat het in het Liedboek 2013 in het oorspronkelijke Engels is opgenomen. De tekst doet sterk denken aan psalm 139, waar God de mens ziet en ten volle kent, dieper dan hij zichzelf kent; en waar God de mens ‘omvat, van voren en van achter’. Echter, in ‘Nobody knows’ is het niet zozeer God die ons ten diepste kent, maar vooral Jezus. Dat is niet verwonderlijk. De herkenning door Jezus ligt in het lijden van de slaven. Jezus heeft als mens geleden en herkent daarin de diepste menselijke eenzaamheid. Hij stierf immers ook de slavendood? Hij ziet en kent de mensen voluit, in hun vrolijkheid en in hun pijn en is juist in die pijn zelf bij hen aanwezig.

De tekst van het lied is eenvoudig. Dat komt doordat het spontaan, improvisatorisch is ontstaan en aanvankelijk lange tijd ‘mondeling’ (zingend) is overgeleverd. Pas in 1867 werd het lied voor het eerst gepubliceerd in een Amerikaanse bundel met slavenliederen (spirituals) en eind negentiende eeuw verscheen het ook in kerkelijke liedbundels. De reden daarvoor is dat, naast de herkenbare tekst, ook de melodie zich door zijn eenvoud goed leende voor gemeentezang. In het Liedboek is het te vinden onder nummer 915.

Actueel lied in coronatijd

In de huidige tijd van de coronacrisis ligt de herkenbaarheid van het lied vooral in het eenzame lijden. Mensen in zorginstellingen die geen familieleden of geliefden mogen ontvangen en gebukt gaan onder eenzaamheid. Tegen hen zegt de ik-persoon van dit lied: soms ben ik vrolijk, soms neerslachtig, soms zit ik psychisch helemaal aan de grond, maar Jezus ziet mijn ellende. Alleen Hij.

Overig liturgisch gebruik

Vanwege de oorsprong vraagt dit lied om improvisatie en vrij stemgebruik. Daarvan wordt het diepmenselijk, meeslepend. Niet alleen sleept het ons mee in de muziek, maar vooral in het geloofsvertrouwen dat er uit spreekt.

De liederen uit Met hart ziel elke week in uw inbox ontvangen? Ga dan naar kro-ncrv.nl/liederen

Bekijk ook de aflevering van 'Met hart en ziel' waarin dit lied werd gezongen:

Elke week het beste van Petrus online

Schrijf je in voor de nieuwsbrief

Foto: Marloes Kamer (KRO-NCRV)