Doorgaan naar hoofdinhoud
Vindplaats van geloof, hoop en liefde
subline-curl
Abonneer je op Petrus Magazine

Genadiger

Wim Beekman neemt een voorbeeld aan zijn grootmoeder én aan zijn kleindochter. Want het mag in de samenleving af en toe wel wat genadiger.

Mijn grootmoeder van vaders kant herinner ik mij zittend in haar stoel naast de kachel. Haar handen lagen in een grijze schort met bloemmotiefjes. Zij was slecht ter been, en sloeg vanuit haar stoel stilletjes iedereen gade. De ouderdom had haar milder gemaakt.

Haar deelname aan het sociale verkeer beperkte ze tot twee woorden. Wanneer wij als jongvolk te dicht de grens naderden van wat gepast was, zei ze: “Foei, foei!” Zonder haar vroegere scherpte, met pretlichtjes in haar ogen, en een glimlach om haar mond.

Een ander terechtwijzen en verontschuldigen tegelijkertijd is een kunst die wij in onze samenleving steeds moeilijker beheersen. Wij roepen “Foei! Foei!” in oude en nieuwe media, en wij roepen het bloedserieus. Wij stonden niet vooraan toen de lieve Heer de genade uitdeelde.

Zou onze kleindochter van negen iets van de mildheid van mijn oma hebben? Op zaterdag komt zij met haar fiets en vraagt mij of ik haar fietscomputertje daarop wil zetten. “Natuurlijk”, zeg ik. Mijn naam van ‘de fietsenmaker van de familie’ moet ik hooghouden.

Dus pruts ik met de batterijtjes die in het apparaatje moeten, en priegel met twee knopjes op het schermpje waarmee je de wielmaat, de tijd en de eenheid van afstand in kunt voeren. Voor ik er erg in heb, ben ik een half uur verder. Dan moet het monteren nog beginnen.

Dat blijkt nog lastiger. Het boutje waarmee het magneetje aan de spaak komt, draait dol. Nadat ik een ander passend boutje heb gevonden, blijkt de sensor niet te werken. Na vijf kwartier gooi ik de handdoek in de ring. “Kom”, zeg ik, “we gaan naar de fietsenzaak in het dorp.”

Onze fietsreparateur is te vriendelijk om te zeggen dat het rommel is waarmee we aankomen. Maar voorzichtig wijst hij me op een degelijker exemplaar dat in zijn winkel hangt. “Ik mag het u vanwege corona niet verkopen, maar ik mag er zelf wel één opzetten.”

Zo gezegd, zo gedaan. Binnen tien minuten heeft hij een andere computer bij onze kleindochter op de fiets gezet, al de nodige gegevens ingebracht, en haar uitgelegd hoe het werkt. Als we naar huis rijden zegt zij: “Opa, bedankt! Hij kon het wel wat sneller dan wij het deden, hè?”

Lief dat ze ‘wij’ zegt waar het eigenlijk over mij gaat. En wijs ook. Je kunt iemands falen op veel manieren onder woorden brengen. Zij kiest een milde. Zo maakt zij het voor mij makkelijker om mijn gehannes met een glimlach toe te geven. En het een volgende keer anders te doen.

Mag het in onze samenleving zo nu en dan een beetje genadiger alstublieft? Wij zijn vaak aanklagers die een dader aanwijzen. Daar komt zelden een bekering uit voort. Ik wens ons met z’n allen de humor toe van mijn oma, en de mildheid van onze kleindochter.

Elke week het beste van Petrus online

Ontvang de wekelijkse nieuwsbrief

Foto: Unsplash