Op het schoolplein hoor ik het vaak: ‘Hij loopt een beetje achter met lezen.’ ‘Zij zit al op drie clubjes.’ ‘Wij zijn alvast begonnen met oefenen voor de Cito.’ Ik sta ertussen, luister en knik een beetje mee. Ik herken het ook, want voor je het doorhebt zit je er middenin. Je wilt gewoon dat je kind het goed heeft. Dat het zich ontwikkelt en lekker in z’n vel zit.
Alleen… ergens onderweg verandert er iets. Bij mij begon het klein. Iemand zei iets waar ik over bleef nadenken en langzaam verschoof mijn blik. Ik ging letten op wat nog niet goed ging en waar mijn kind achterliep. Ik merkte het bijvoorbeeld toen mijn kind een keer aan het tekenen was, helemaal in zijn eigen wereld. Ik dacht niet: ‘Wat mooi, wat creatief’. Ik dacht: ‘Hij moet nu eigenlijk oefenen met typen’. Voor ik het wist, was ik vooral bezig met bijsturen en oplossen. Niet omdat ik dat zo graag wilde, maar omdat het voelde alsof het moest.
God begint niet bij prestaties
We leven in een wereld waarin veel draait om meten en vergelijken. Voor je het weet, ga je daarin mee. Tot ik mezelf een vraag stelde die bleef hangen: wanneer is het genoeg? Ergens in die zoektocht kwam ik uit bij iets wat ik eigenlijk al wist, maar een beetje was kwijtgeraakt: dat God niet begint bij prestaties.
Omdat hij of zij er is
God kende ons en had ons lief voordat er iets van ons verwacht werd. Nog vóór cijfers, ontwikkeling of gedrag een rol speelden. Dat idee raakte me, want het schuurt met hoe ik soms kijk. Ik merk hoe snel ik weer in dat ‘projectdenken’ schiet. Maar mijn kind is waardevol om wie hij of zij al is. Als ik stilsta bij Gods blik, komt er ruimte voor verwondering.
Mijn kind is geen project
Mijn kind is geen project dat ik moet laten slagen. Het is een kind dat mij is toevertrouwd. Uiteindelijk ligt het niet eens in mijn handen, maar in die van God. Dat haalt de druk niet helemaal weg, maar wel genoeg om weer adem te halen.