Doorgaan naar hoofdinhoud
Vindplaats van geloof, hoop en liefde
subline-curl
Abonneer gratis op Petrus magazine

De top 20 van het kerklied: smaken verschillen

Smaken verschillen, ziet Wim Beekman aan de top 20 protestantse kerkliederen. Maar belangrijker dan wát we samen zingen, is dát we samen zingen.

Tijdens de reünie ‘Simmer 2000’ kwamen tienduizenden Friezen van overal in de wereld voor één zomer terug naar het heitelân. Velen van hen gingen hier naar de kerk. Van overzee namen zij het lied God be with you till we meet again mee.

Dit voor hen bekende kerklied was hier geheel nieuw. Voor de kerkdiensten van Simmer 2000 werd het in het Fries vertaald als Hear wês mei us oant in oare kear. Sindsdien zingen we er in Friese kerkdiensten de sterren mee van de hemel. 

In 2013 werd in het nieuwe kerkelijke liedboek ook een Nederlandse versie opgenomen: Ga met God en Hij zal met u zijn. Deze week verscheen de , en Ga met God staat op 1. Hoe een onbekend kerklied in korte tijd een klassieker werd. 

Zingen in de kerk is als de maaltijd thuis. Soms ben je blij met de stamppot die je al duizend keer genoten hebt, soms word je verrast met een ovenschotel waarvan je het bestaan niet vermoedde. Misschien is een mix van het een en het ander nog wel het lekkerst. 

En net als met eten verschillen de smaken. Als ik de top 20 bekijk, valt me op hoe groot de verscheidenheid aan liederen is. Op 5 staat De steppe zal bloeien, een hoogliturgisch lied, en op 15 Lichtstad met uw paarlen poorten, tophit van de Urker vissers.

‘t Hijgend hert, der jacht ontkomen, een psalm in de Oude Berijming, geliefd in de meer orthodoxe gemeenten, vind je op 11. En het Taizélied Als alles duister is (17) staat gebroederlijk naast het geliefde lied van evangelicalen Groot is uw trouw o Heer (18). 

Het onderstreept nog maar eens dat er in de kerken zelden nog sprake is van één kleur. Steeds meer komen in kerkelijke gemeenten gelovigen van verschillende kleuren samen. Sommigen houden nu eenmaal van het één, anderen waarderen juist het ander. 

Zo leren wij in de kerk meer en meer met de ander rekening te houden. En ons in de behoefte van onze buurman te verplaatsen. Je te verheugen als er een lied naar eigen hart klinkt, en blij te zijn met je buurvrouw als we een lied zingen waar zij van opademt. 

Het belangrijkste is niet wát we graag zingen, maar dát we graag zingen. Hersenprofessor Erik Scherder heeft er zelfs een boek over geschreven. Singing in the brain. “Zingen is een rijkdom voor je brein”, zegt hij. 

,,Het is een goede oefening van je hersenen, en je leert ook te luisteren naar anderen, jezelf te corrigeren, aan te passen bij een ander. Het voedt een gemeenschappelijke kracht die maakt dat je wilt meedoen en je beter en sterker voelt.”

Best bijzonder eigenlijk, er wordt nog op twee plekken in de samenleving volop gezongen: in het stadion en in de kerk. Twee plaatsen waar volop muziek in zit. 

Lees ook:

Stap voor stap toeleven naar Pasen?

Schrijf je in voor de online veertigdagentijdkalender

Foto: Ton Stanowicki

Was deze informatie zinvol?
We hebben je feedback ontvangen, dankuwel!

Om deze pagina verder te verbeteren zijn wij benieuwd waarom u deze pagina wel of niet zinvol vond. U kunt ons helpen door de onderstaande vragen in te vullen.

Mogen we je contactgegevens voor eventuele verdere vragen? (niet verplicht)