U kent ze vast. Mensen die alles aan de natuur mooi en inspirerend vinden en de wijsheid van Moeder Aarde koesteren. Of, als ze christen zijn, mensen die de schepping als één groot wonder zien. Prachtig hoe alles in elkaar zit. Hoe alles in harmonie vormgegeven is. Hoe alles betekenis heeft. De ‘ohhs’ en ‘ahhs’ zijn niet van de lucht. Wij mensen kunnen wat leren van de natuur. Daar in de natuur heeft alles zijn plek. Daar zijn geen wezens met veel te grote ecologische pootafdrukken. Als wij mensen nu ook maar eens zouden leren om een plek in te nemen die ons past, dan is de hemel op aarde nabij.
Op leven en dood
Deze vertederde ‘ohhs’ en ‘ahhs’ schoten door m’n hoofd, toen ik onze hond in de tuin in een race op leven en dood achter een schattig, bruin, pluizig haasje aan zag stuiven. Aanvankelijk leek het haasje, met al haar lenige schijnbewegingen, de dans te ontspringen. Maar het tij keerde. Het haasje struikelde en raakte uit balans. Ik hield mijn adem in. Het beestje krabbelde weer op en vervolgde haar vlucht naar het leven. Maar de rollen waren omgekeerd. Het jachtinstinct van onze trouwe viervoeter kreeg de overhand. De weg naar het leven verdween aan de horizon. Ik hoorde een ijselijk gekrijs en daarna was het stil. Het haasje was niet meer.
Jachttrofee
Daar was geen harmonie. Daar gebeurde geen wonder. Daar zat iets juist niet meer prachtig in elkaar. Er klonk enkel een ‘ohh’ van afgrijzen en een ‘ahh’ van medelijden uit mijn mond. Toen ik later naar huis liep en langs het hondenhok kwam, zat hij daar. Met in zijn bek een levenloos bruin beestje dat kort daarvoor nog dartelde in het veld. Nu enkel nog een prooi. Een jachttrofee. Hij keek beschaamd, alsof hij besefte dat zijn roekeloze instinct een medeschepsel het leven had gekost. Alsof hij besefte dat ook hij leeft onder de vloek van de zonde.
Samen in het veld
Paulus schreef het al. De schepping is ten prooi aan zinloosheid. Wezens op twee benen dragen in grote mate bij aan de zinloosheid, door met gigantische ecologische stampvoeten door de wereld te walsen. Maar ook onze viervoeter heeft zijn steentje bijgedragen. Het pluizige haasje vond haar einde in wrede zinloosheid.
Nee, voor het paradijs moet je niet bij Moeder Aarde zijn. Zij kijkt juist samen met alle schepselen reikhalzend uit naar verlossing. En terwijl ik het bruine beestje – ooit een dartel haasje, nu een afgedankt, levenloos hoopje vacht in de hoek van het hondenhok – begraaf in de schoot van Moeder Aarde, troost ik mezelf met de gedachte dat ooit de viervoeter en de haas samen zullen liggen in het veld. Voorbij de zinloosheid.