Regelmatig kom je ze tegen in de krant. Mensen die eindelijk trouw zijn geworden aan zichzelf. Een gevoel van thuiskomen overspoelde hen. Ten langen leste zijn wie je ten diepste altijd al geweest bent. We zijn gek op die verhalen. Het doet je dromen en verlangen naar je eigen bevrijding van alles wat niet goed voelt. ‘I want to break free.’ Queen gaf in 1984 al woorden aan deze hedendaagse hang naar authenticiteit.
Hang naar authenticiteit
Laatst las ik weer zo’n interview, op een christelijke website. Hetzelfde riedeltje: ‘ontrouw aan mezelf; ik voelde het niet meer; ik mocht in mijn eigen kracht gaan staan’. En meer van dat soort gemeenplaatsen. Deze navelstarende hang naar authenticiteit gaat ook de christelijke wereld blijkbaar niet voorbij. En eerlijk, behalve dat ik stiekem geniet van dit soort verhalen, maken ze me ook verdrietig. Mannen en vrouwen die gewoon maar doen waar ze zelf lekker zin in hebben en eindigen bij een paddenstoelensessie, of mannencirkels leiden ergens in een bos. En aan het eind van het verhaal wordt ook vaak afscheid genomen van de kerk. Die past niet meer bij de ‘nieuwe ik’.
Ze knagen
Waarom knagen deze verhalen? Ik kan toch gewoon mijn schouders ophalen en overgaan tot de orde van de dag? Of ben ik diep vanbinnen jaloers op deze mensen? Zou ik de kerk ook wel de rug willen toekeren, omdat alles in mij op zondagochtend schreeuwt ergens anders te willen zijn? Zou ik ook wel een dikke middelvinger op willen steken naar alle verwachtingen die ik op mijn schouders voel rusten? Zou goed kunnen. Of raakt het me omdat er weer iemand is die het opgeeft? Die de gemeenschap opgeeft?
Trouw aan de gemeenschap
Want met al onze eentonige, zelfopgelegde authenticiteit zijn we verleerd om ons te voegen in een gemeenschap. Het voelt niet langer goed. En je gevoel is wet, vandaag de dag. Dus doen we dat geloven maar in ons eentje, op onze eigen manier. Of met mensen die net zo denken als wij. Wel zo makkelijk en zelfbevestigend. Bonhoeffer, de Duitse theoloog die allesbehalve voor zichzelf koos, is scherp als hij zegt: ‘Ik behoor Christus toe, betekent: Ik behoor de samenkomst toe.’ Daar waar de gemeenschap samenkomt, moeten wij zijn. Hoe weerbarstig ook. God is trouw aan die gemeenschap, wie ben ik dan om enkel trouw te zijn aan mezelf?