Voor buitenstaanders lijkt God vaak afwezig in de wereld van de marine. Ze zien matrozen die vloeken alsof het niets is en die worstelen met gebrokenheid. Maar zelf ervaar ik dat anders. Juist in deze wereld is God onverwacht aanwezig.
Ik moet vaak denken aan de gelijkenis van de verloren zoon. Hij doet alles om aan zijn afkomst te ontkomen: hij verbreekt familiebanden, trekt zo ver mogelijk bij zijn wortels vandaan, en doet wat God én zijn vader hem sterk zouden afraden. En dat gaat erg goed: de zoon heeft de tijd van zijn leven.
Maar dan komt er hongersnood en glipt het leven hem zomaar door de vingers. En daar op het dieptepunt, bij een vieze varkenstrog, vindt hij zijn vader terug. Hij herinnert zich hem en kan niet loskomen van dat beeld, hoe hard hij ook zijn best doet. En al ontmoet hij zijn échte vader pas als hij bijna thuis is, de ommekeer is ingezet in die varkensstal.
‘Hoe ver je ook wegvaart, je wilt altijd thuiskomen’
Dit verhaal leert mij keer op keer dat er geen weg is waarop God niet te vinden is. Als gelovige doe ik hard mijn best om de juiste route te kiezen. Ik vraag me telkens af: welke weg leidt naar God en welke niet? Kies ik wel de juiste richting? Maar daarmee overschat ik mezelf én onderschat ik de almacht van God.
Ook als je verdwaald raakt of als je weg donker is, is God daar. Dat heb ik gemerkt in mijn eigen leven. En ik zie het in de levens van de mensen bij de marine. Steeds meer besef ik: we zijn geen blijvend slachtoffer van onze eigen keuzes. God blijft ons opzoeken en ontmoeten, waar we ook zijn. Letterlijk iedere dag: in een woord, een gedachte of een gezicht. Hij raakt iets bij ons. Want hoe ver je ook wegvaart, je wilt altijd thuiskomen.