Laatst was er in onze kerk een avond voor jongeren. Geen jeugddienst, geen pizza-avond en ook geen avond waar we heel hard probeerden om 'relevant’ te zijn. Het idee was eigenlijk heel simpel: jongeren laten kennismaken met al het werk dat er gebeurt tijdens maar vooral rond de eredienst. Dus niet alleen de muziek, preek of bloemengroet, maar juist ook de minder zichtbare dingen: beamer, geluid, welkomstteam, koffie, kosterschap.
Harry Styles
Mijn tienerdochter was er ook. Ze is 15 en houdt van Harry Styles, shoppen en eindeloos hangen met vriendinnen. Niet per se iemand waarvan je direct denkt: daar zit een toekomstige koster in verborgen. Toch gebeurde precies dat. Tijdens de avond kwam ze erachter dat ze het werk van de kosters eigenlijk best interessant vond. Niet veel later werd ze gekoppeld aan een van onze kosters om een keer mee te lopen, samen met een vriendin.
Stoelen sjouwen
Volgens mij verwachtten ze allebei dat het iets gezelligs op zondagochtend zou worden. Een beetje rondlopen met een rammelende sleutelbos, wat lampen aandoen en hier en daar een praatje maken. Maar tot haar grote verbazing begon het kosterschap op zaterdagmiddag. Met stoelen sjouwen, rijen rechtzetten, tafels klaarzetten. Zorgen dat alles klaarstaat voordat er überhaupt iemand binnenkomt.
Het liet me opnieuw beseffen dat kerk blijkbaar al begint lang voordat de eerste orgel- of pianoklanken klinken en voordat de ouderling van dienst 'goedemorgen’ zegt. Kerk begint bij mensen die ruimte maken voor andere mensen. Letterlijk.
Hij begon te stralen
Een paar dagen ervoor sprak ik de koster die de twee meiden zou begeleiden. Ik vertelde hem hoe leuk mijn dochter het idee vond en hoe enthousiast ik was dat ze dit ging doen. Terwijl ik dat zei, zag ik iets bij hem gebeuren. Alsof hij ineens opnieuw zag dat zijn taak bijzonder was. De sleur leek even verdwenen. Hij begon te stralen terwijl hij vertelde over het klaarzetten van de zaal, over verantwoordelijkheid dragen en over hoe mooi hij het vond dat jongeren wilden helpen.
Iets anders zoeken
Dat ontroerde me misschien nog wel het meest. Want we denken in de kerk vaak hard na over hoe we jongeren betrokken houden. We maken speciale avonden. Speciale muziek. Speciale taal (het moet wel ‘sick’ zijn). Speciale programma’s. En begrijp me niet verkeerd: daar is niets mis mee. Maar soms vraag ik me af of jongeren daarnaast niet iets heel anders zoeken. Geen eigen aangepaste versie van de kerk, maar een plek waar ze ertoe doen. Geen stoel aan de zijkant, maar een sleutelbos in hun hand.
Misschien raken jongeren niet betrokken doordat we alles voor hen aanpassen. Misschien gebeurt het wanneer we ze laten meehelpen om alles te dragen.
Keihard nodig
Verantwoordelijkheid is blijkbaar veel aantrekkelijker dan wij soms denken. Zeker voor jonge mensen. Niet omdat alles dan ineens leuk wordt, stoelen sjouwen blijft gewoon stoelen sjouwen. Maar omdat iemand blijkbaar zegt: we vertrouwen jou hiermee, sterker nog: we hebben je keihard nodig.
Misschien is dát wel een van de mooiste vormen van kerk-zijn: dat generaties elkaar niet bezighouden, maar elkaar iets toevertrouwen.
We hebben elkaar keihard nodig.