Onlangs werd een kindje gedoopt bij ons in de gemeente. Dan komen de herinneringen als vanzelf. Het staat nog vers in mijn geheugen dat de man en ik daar vooraan stonden. Daar bij het doopvont. We beloofden elke keer opnieuw de baby ‘op te voeden naar het woord van de Heer’. In mijn hoofd ga ik er vaak vanuit dat we dat wel gaan fixen. Zijn ze eenmaal achttien, dan leveren we drie jonge mannen af die de weg van Jezus gaan. Aan de stapels kinderbijbels bij ons thuis zal het niet liggen. Als dat een garantie voor een godvruchtig leven is, dan zit het wel snor. Maar zo werkt het niet.
De angst die knaagt
Diep van binnen knaagt er namelijk een angst aan me. De angst dat onze drie mannen het over een paar jaar voor gezien houden en het geloof van hun ouders en voorouders vaarwel zeggen. Het idee maakt me onrustig. Benauwd zelfs. Ik regel graag dingen en als het even kan wil ik dat het gaat zoals ik het in mijn hoofd heb. Maar het geloof doorgeven aan je kinderen is er één waar je als ouder géén controle over hebt. Hoeveel ouders stonden jaren geleden ook met hun baby bij het doopvont? Vol hoop en verwachting. En die nu met een verscheurd hart moeten zeggen dat hun kind een andere weg in het leven heeft gekozen?
Hoe het er nu voor staat
Voor nu loopt het trouwens nog op rolletjes. De peuter roept nog vol enthousiasme ‘Kerk! Kerk!’ als we langs de kerk fietsen. Maar of hier sprake is van een ontluikend godsbesef, of dat hij dit roept vanwege de toffe collectie Duplo die ze bij de oppas hebben, daar durf ik geen uitspraken over te doen. De oudste maakt ook een goede indruk. Hij heeft doorgaans een theologisch degelijk antwoord paraat als de dominee een vraag stelt. En de middelste? Die leeft het geloof, door regelmatig de bemiddelaar en de minste te zijn. Het lot van de middelste.
Niet mijn eigendom
De grootste les voor mij is het besef dat de drie mannen niet mijn eigendom zijn. Ik heb niet de macht om ze volgelingen van Jezus te maken. Opvoeden gaat niet om de resultaten die ik geboekt heb, maar om wat ik gedaan heb. Ze zijn te gast bij mij, ik mag ze een leven met de Heer voorleven en daarna moet ik ze loslaten. Loslaten in de handen van hun Maker. Welke weg ze in de toekomst ook gaan.