Elke week is het weer zover: uitpuilende wasmanden. We hebben er twee. Een op zolder, een in de badkamer. De badkuip fungeert regelmatig als derde wasmand voor handdoeken. Het is een never ending story.
Aanhikken tegen de was
Ik was ooit zo’n moeder die alles gewoon bij elkaar gooide. Tot we een puber in huis kregen. Want een klasgenootje had het opgemerkt: ‘Wast jouw moeder de witte was niet apart?!’ Sindsdien wordt hier keurig gescheiden. Wit bij wit. Donker bij donker. We willen natuurlijk geen reputatieschade. Maar eerlijk gezegd hik ik vaak tegen die was aan, en dat terwijl we een wasmachine en droger hebben. Stel je voor dat we alles met de hand moesten doen. Hoeveel tijd zou dat kosten? Nu prop ik het apparaat vol, draai aan de knop en een paar uur later is het meeste alweer gebeurd. Dan nog sorteren, vouwen, stapeltjes maken. Niet mijn favoriete klusje. Vooral omdat ik weet dat een deel toch half opgevouwen in de kasten belandt. Omdat ze het middelste shirt uit de stapel trekken. En toch. Elke week zit ik weer op zolder.
Stil moment
Tegenwoordig doe ik de was vaak met een preek op Spotify op de achtergrond. En wat eerst een saai klusje was, is langzaam veranderd in een stil moment. Ik luister. Ik bid. Laat mijn gedachten gaan. En ineens zie ik het anders. De was doen is zorgen, dienen, liefhebben in het klein. Niemand applaudisseert voor schone sokken. Maar ze zijn er wel. Warm, fris, klaar voor een nieuwe dag.
‘Wat u ook doet, doe het van harte, als voor de Heer en niet voor mensen.’ (Kolossenzen 3:23)
God tussen de wasmanden
Misschien zit heiligheid niet in grootse momenten, maar in het vouwen van een T-shirt. In het sorteren van sokken. In het trouw blijven doen wat nodig is. Onze kinderen zien misschien niet de stapels, maar ze voelen de zorg. De veilige basis waarin zij mogen opgroeien. En misschien is dat wel de uitnodiging voor ons als ouders: zoek God niet alleen in stille tijd met koffie en kaarslicht, maar ook tussen de wasmanden.