Doorgaan naar hoofdinhoud

Zijn leerlingen vroegen: ‘Rabbi, hoe komt het dat hij blind was toen hij geboren werd? Heeft hij zelf gezondigd of zijn ouders?’ ‘Hij niet en zijn ouders ook niet’, was het antwoord van Jezus, ‘maar Gods werk moet door hem zichtbaar worden.’ Johannes 9:2-3

Gezien vóór je ziet 

 Lezen: Johannes 9:1-13, 26-39

De leerlingen zoeken oorzaken. Wie heeft gezondigd: deze man of zijn ouders? Jezus zoekt de mens. Hij ziet de blinde, niet zijn dossier. Terwijl omstanders discussiëren, groeit zijn stem: ‘Eén ding weet ik: ik was blind en nu zie ik.’ Het gaat niet om schuldigen aanwijzen, maar om zichtbaar maken wat God nu kan doen. De blinde gaat zien, maar ook de samenleving wordt uitgedaagd: niet alles is terug te voeren op fouten of tekort. Vergeving werkt zo: je wordt gezien vóór je het allemaal snapt. Schaamte verliest haar greep. Je gaat spreken, voorzichtig eerst, dan vrijmoediger. Houd je daaraan vast: je bent gezien door Jezus. Dat is het begin van zien. Het opent een ander perspectief: niet het verleden bepaalt de toekomst, maar de hoop dat er nieuwe ogen geopend worden. 

Vraag

Probeer een vastgelopen situatie (in de samenleving, in je eigen omgeving) met 
de ogen van Jezus te zien: zonder oordeel, afwachtend. Welke situatie komt bij je op?

(door ds. Joost Röselaers)