Schuilplaats
Er komt een vogel aangevlogen. Hij vindt een plekje in een struik, veilig verstopt tussen de bladeren. Een poosje later vliegt hij in een oogwenk weer uit, op weg naar de volgende taak. In de gelijkenis betekent het woordje ‘nestelen’ rust en veiligheid vinden, een poosje in een schuilplaats verblijven. Daar hoef je niet bang te zijn voor roofdieren. Je kunt op adem komen. Als volgelingen van Jezus kunnen wij zo’n schuilplaats voor anderen zijn. Open armen en een luisterend oor. Jezus vergelijkt het met een mosterdplant. Dat is een stevig en bedrijvig ecosysteem. Een veilige plek waar mensen troost en nieuwe moed vinden.
Vraag
Is er iemand die jou nodig heeft deze week, voor wie je een schuilplaats kunt zijn?
(door Wilbert van Saane)