Doorgaan naar hoofdinhoud

Toen Hij de mensenmenigte zag, voelde Hij medelijden met hen, omdat ze uitgeput en hopeloos waren, als schapen zonder herder. Matteüs 9:36

Toevertrouwen aan zijn herderschap

Lezen: Matteüs 9:35-38

Jezus wordt met ontferming bewogen bij het zien van de mensen. Ze zijn vermoeid en uitgeput, en bovendien zonder richting of doel. Ze hebben geen herder, er is geen gezamenlijke weg of visioen. Misschien herken je de vermoeidheid ook wel in je eigen leven. Het herderschap van Jezus vloeit voort uit zijn gunnende hart van liefdevolle bewogenheid. Als goede herder zet Hij zijn leven in voor de schapen, op deze weg van veertig dagen. Hij is de pastor (herder) die met ons meegaat. Wij kunnen onze weg niet overzien en weten niet wat de weg zal brengen. Juist in dit niet-weten en het loslaten van eigen plannen kunnen we ons toevertrouwen aan zijn herderschap.

Vraag

Welke stemmen of invloeden merk jij in jezelf? Probeer eens in stilte te luisteren en te letten op wat er in jou klinkt.

(door ds. Lex Boot)