Doorgaan naar hoofdinhoud
Vindplaats van geloof, hoop en liefde
subline-curl
Abonneer u op Petrus Magazine

Stef Bos is terug bij de kern

Hij geloofde niet meer. Zei hij. Want echt loslaten kon Stef Bos het geloof nooit helemaal. In gesprek met Rob Visser en Paul Visser vertelt hij over zijn zoektocht. “Ik voelde dat ik terug moest naar mijn wortels.”

“Wie ben je eigenlijk als je geen dominee meer bent?” had de dochter van Paul Visser op een dag gevraagd. De predikant vertelt het aan tafel in het theater van IJmuiden, waar zanger Stef Bos die avond moet optreden. Stef kijkt verbluft: “Wát een goeie vraag.” 

Een confronterende vraag ook, vindt Paul Visser zelf: “Mijn geloof hangt altijd aan een zijden draadje. Als alle vanzelfsprekendheden wegvallen, waar sta je dan nog voor?” Stef laat de vraag op zich inwerken. “Hoe heet ze? Ik wil haar een keer ontmoeten.” 

Echtheid

Het is Stef Bos ten voeten uit: altijd op zoek naar echtheid, naar diepgang, naar oprecht contact. Niet voor niets heette zijn vorige concerttour ‘Kern’. 

De zanger groeide op in een gereformeerd gezin in Veenendaal. “Mijn vader leefde het geloof voor. Mijn moeder was een spirituele vrouw, zij is helaas te vroeg overleden.” Als 16-jarige sloeg hij op een dag met het Liedboek der Kerken op tafel en zei: “Hier ben ik helemaal klaar mee.” Hij verliet de kerk en noemde zichzelf later agnost. In zijn beroemd geworden liedje ‘Papa’ zingt hij: “Jij gelooft in God, dus jij gaat naar de hemel. En ik geloof in niks, dus we komen elkaar na de dood nooit meer tegen.”

Toch heeft hij de christelijke thema’s nooit geschuwd. Enkele jaren geleden hield hij een Preek van de Leek in Amsterdam, in 2017 schreef hij de titelsong voor het EO-programma ‘Toen was geloof heel gewoon’, en eerder maakte hij voor het project ‘In een ander licht’ met de NCRV hedendaagse liedjes over personen uit de Bijbel.

Agnost? Rob Visser heeft vraagtekens bij die term. Het lijkt juist alsof Stef er “een heel eind in mee kan komen” als het gaat om geloven. “Het zijn fases”, relativeert de zanger. “In de jaren zeventig was het als adolescent niet cool om te geloven.” Om van de discussies af te zijn, noemde hij zichzelf maar agnost. “Maar eigenlijk heb ik nooit een wapen in handen gehad om mijn ouders te bestrijden.” 

Knielen

De zanger vindt het nog altijd bewonderenswaardig hoe zijn vader reageerde nadat hij het liedboek op tafel had gesmeten. “Hij zei: ‘Jongen, dan wil ik graag weten waar je wél voor staat.’ Precies het tegenovergestelde van wat ik dacht dat hij zou doen.”

Het lijkt wel op de gelijkenis van de verloren zoon, vindt Paul Visser. “Je vader kon je niet vasthouden of overtuigen. Maar hij gaf jou de ruimte om je eigen zoektocht te beginnen.” Dat beaamt de zanger: “Hij liet me gaan. Maar hij bleef altijd de vraag stellen: wat dan wél? Ik móést dus wel terugkeren op een dag.”

Ook een ander moment, kort daarna, staat hem nog helder voor de geest: “Ik ging met mijn vader naar zijn lievelingsbroer in Zwitserland. Wij logeerden onderweg in een hotelletje en ik moest bij mijn vader in bed slapen. Hij stond daar in een witte Schiesser-onderbroek die wat los om zijn heupen hing, ik in mijn Feyenoord-pyjama. Ik was zwaar in de puberteit, dus ik voelde me heel ongemakkelijk. En wat deed hij?” Stef staat op, knielt neer voor zijn stoel en vouwt zijn handen. “Mijn vader ging bidden, zonder woorden. Ik voelde me ontzettend onhandig. Want hij knielde niet alleen voor de Eeuwige Vader, maar ook voor zijn eigen zoon. Zonder woorden liet hij zien waar hij zelf voor stond.”

Wortels

“Je vader was een warme man. Jullie hadden een unieke relatie”, herinnert Rob Visser zich. Toen hij als predikant in Apeldoorn stond, had hij na een concert Stef Bos uitgenodigd om een keer samen met zijn vader naar zijn kerk te komen. En zo zong Stef daar op een dag zes liedjes, daarna kwamen vader en zoon bij hem thuis. 

Het was de kerk waar de ouders van Stef getrouwd waren. Voor Stef zelf was het de eerste keer sinds jaren dat hij weer in een kerk kwam. “Ik stond daar met zweet in mijn handen. Het was ook een keerpunt: me in dat gebouw begeven en weten wat dat voor mijn vader betekende. Hij zat daar met tranen in zijn ogen.”

Ook het muzikale project met de NCRV, ‘In een ander licht’, betekende veel voor hem. “In die periode voelde ik dat ik terug moest naar mijn wortels. Ik móést weten hoe ik me tot de kerk verhield. Ik had de vorm losgelaten en die moest ik opnieuw onderzoeken.”

“Tijdens het schrijven van die liedjes merkte ik: maar eigenlijk is alles me al verteld. Ik praatte met mijn vader over die liedjes. Dat was een fantastisch proces. Ik kon de poort naar waar ik vandaan kwam, helemaal opendoen. Vanaf dat moment voelde ik me geankerd in waar ik vandaan kwam. Ik volg een andere weg, maar kom op hetzelfde punt uit.” 

Zijn lied ‘Papa’ - “de blauwdruk van mijn hele repertoire” - zong hij ook in zijn show ‘Kern’. “Na tien voorstellingen stopte ik na drie coupletten en begon ik op het podium met mijn vader te praten. Ik zing nu ook: ‘Jij gelooft in God, ik geloof iets anders’.” Die nuance ervaart hij nu hij ouder is: “Waarom zo stellig, terwijl je het zelf eigenlijk ook niet precies weet?” 

In de ander

“Zou het kunnen”, vraagt Rob Visser zich af, “dat jouw vader al die jaren dacht: zolang Stef zoekt, weet hij waar het om te doen is in dit leven?” Stef: “Mijn vader is 92 geworden. We hebben de laatste jaren fantastische gesprekken gehad over waar we voor staan.” Ze bleken uiteindelijk helemaal niet zoveel van visie te verschillen.

“Als Jezus zegt: ‘Wie zonder zonde is …’ dan moet ik dat ook op mezelf toepassen”, realiseerde de zanger zich in de loop van de jaren. “We zijn tegenwoordig te veel bezig met het zoeken naar onszelf in onszelf. Via de ander leer je juist jezelf kennen.” 

“Wat als mensen zichzelf in de ander durven zien? Als je, in het wezenlijke contact van mens tot mens, iets voor een ander kunt betekenen, dan is er een begin. Dat is wie Christus is voor mij.” Eigenlijk is dat de essentie van het Nieuwe Testament, stelt hij.

“Doe je dat ook op het podium, zoeken naar God?” vraagt Rob Visser zich af. “Jazeker”, antwoordt de zanger. “Dat is voor mij de essentie van muziek. We willen het onmogelijke mogelijk maken en kunnen dat toch niet. Dat is het spirituele van muziek.” Rob Visser luistert met verrassing op zijn gezicht: “Misschien kunnen we als kerk veel leren van mensen als jij, leren dat we ook op een heel andere manier kunnen geloven.”

Word gratis abonnee

Petrus gratis in de brievenbus?

Tot op de bodem

Paul Visser vertelt dat hij zelf veel geloofscrises heeft gehad. “Ik weet tot op de bodem wat ongeloof is. Toch is er altijd een overtuiging die onontkoombaar is. Opstanding is voor mij zoiets als God die opduikt. Ineens, terwijl je dacht dat de deuren gesloten zouden zijn. Dat helpt mij om in de werkelijkheid te staan en om te geloven. Het leven is meer dan je zelf kunt bedenken.” 

Om zich heen ziet hij “dat veel mensen via een omweg op zoek zijn naar iets van God. Ik hoop en geloof dat God zich op zijn eigen wijze weer kan aandienen. Niet als degene die vanuit de hoogte allerlei regels geeft. Maar als degene die - hoe Hij ook door ons verdacht gemaakt en verworpen wordt - ongedacht verschijnt als de Levende, om te laten weten: je bent geliefd.”

“Dát is uiteindelijk waar het om gaat. God moet liefde zijn”, knikt Stef. “Anders kun je beter opdoeken”, beaamt Rob Visser. “Wees afkerig van het kwade, en gericht op het goede”, vult Stef nog aan.

Loslaten

Over een poosje begint Stef met een vervolg van ‘In een ander licht’: “In die eerste serie stond voor mij centraal hoe ik mij verhield tot mijn traditie. Ik wilde nieuwe woorden geven aan wat mij was geleerd. In het deel dat nu komt, gaan we een laag dieper. Daarin draait het eigenlijk om de vraag van jouw dochter, Paul. Wat blijft er van je over als je al je zekerheden loslaat?”

“Bij haar vergeleken”, vindt Paul Visser zelf, “ben ik maar een kleine jongen.” Hij vertelt dat ze chronisch ziek is. Maar juist door haar beknotte conditie “komt zij tot de kern: je mag er zijn zónder dat je iets op tafel legt”. De nieuwe serie zal niet gaan over personen uit de Bijbel, maar over mensen die Stef ontmoet. Hij herhaalt het daarom nog maar een keer: “Ik zou haar graag ontmoeten.”

---

Stef Bos

Geboren: 12 juli 1961, Veenendaal.

Familie: wisselt zijn artiestenleven hier af met een gezinsleven in Zuid-Afrika, waar zijn vrouw haar wortels heeft.

Bekend van: liedjes als ‘Is dit nu later’, ‘Papa’ en ‘Breek de stilte’. Maakte tientallen cd’s en tourt momenteel door het land met de show ‘Ruimte’.

Beluister ook het lied dat Stef Bos speciaal voor Kerk in Actie schreef:

Foto's: Sjaak Verboom