Doorgaan naar hoofdinhoud
Vindplaats van geloof, hoop en liefde
subline-curl
Abonneer je op Petrus Magazine

Simon Corbijn: zendeling in Zeeland

Ook al is hij 94 jaar oud, Simon Corbijn piekert er niet over om de voorzittershamer over te dragen. Al 68 jaar is hij de drijvende kracht achter het zendingswerk van de Protestantse Gemeente Oostkapelle. “Het is onze opdracht om de boodschap van het heil door te geven.”

“Hoe wil je het doen?” vraagt Simon Corbijn, terwijl hij zijn stoel aanschuift. “Ga jij vragen stellen? Anders heb ik wel wat punten genoteerd.” Voor hem ligt een A4’tje vol namen en jaartallen. ‘Een leven met zending’, staat bovenaan het papier, in krullerige letters.

De Zeeuwse landbouwer, geboren in 1925, is al bijna zeventig jaar actief betrokken bij de commissie voor zending, werelddiaconaat en ontwikkelingssamenwerking (ZWO) in Oostkapelle. Vanaf 1973 was hij bovendien voorzitter en later ook secretaris van de classicale ZWO-commissie, waarvan hij in maart afscheid nam.

Schoolplaat

Zijn verhaal begint bij zijn jeugd. “Als kind mocht ik halve centen sparen voor de zending. Twee keer per jaar brachten mijn broer en ik die naar de penningmeester van de zendingscommissie van de gereformeerde kerk. Die schreef de opbrengst dan in het kasboek, met onze namen erbij. Dat vonden we prachtig!”

Ook op school is er aandacht voor de zending. “In de hoogste klas hing een plaat aan de muur met een afbeelding van een maïsplantage in Indië. De maïsplanten waren zo hoog dat de mannetjes die ertussen liepen, heel klein leken. Als ik naar die plaat keek, dacht ik altijd: ik hoop dat ik daar nooit heen hoef.”

Jaren later komt hij toch in Indië terecht, als militair. “Ik was opgevoed met de gedachte dat niet-blanke mensen geen christenen waren. Maar toen ik een tijdje in Indië was, kwam ik samen met Indische mensen in de kerk terecht en gingen we met elkaar aan het avondmaal. Dat was heel bijzonder. Maar een groot deel van de mensen in Indië was moslim. Daarom groeide bij mij het gevoel: hier zouden we nog meer aan zending moeten doen, de heilsboodschap doorgeven.” Als hij weer in Nederland is, wordt hij gevraagd om penningmeester van de zendingscommissie te worden. Corbijn aarzelt niet en grijpt de kans met beide handen aan. Het is dan 1951.

Grote schok

Het penningmeesterschap is de start van een decennialange betrokkenheid bij de zendingscommissie. Er verandert in de loop van de tijd wel het een en ander. Zo verschuift de focus van het Zeeuwse zendingswerk van het voormalige Indië naar Afrika. In de jaren daarna worden meerdere predikanten, jeugdwerkers en zelfs bouwkundigen naar Rwanda uitgezonden. Corbijn: “In 1986 mocht onze eigen gemeente twee jeugdwerkers uitzenden, dat was wel een eer. Er was in die jaren een Rwanda-commissie die door middel van brieven contact met het gezin onderhield. Als de kinderen jarig waren, stuurden we een cadeautje.” 

Ook in de kerkdienst is regelmatig aandacht voor Rwanda. Met een sponsortocht wordt in 1992 een flink bedrag ingezameld om de kerk in het stadje Rubengera te voorzien van een geluidsinstallatie. 

“Rwanda was voor ons zó bekend, het was echt een schok toen we in 1994 hoorden van de genocide daar”, vervolgt Corbijn. “Het gezin dat wij hadden uitgezonden was inmiddels weer in Nederland, maar onze andere zendingsmensen werden onmiddellijk teruggeroepen. 800.000 slachtoffers, dat is ongekend.” En hij herhaalt: “Ongekend.”

“Enige tijd later was een predikant uit Rwanda in Nederland te gast. Hij was als enige van zijn gezin ontkomen aan het geweld. Zijn kinderen en zijn vrouw waren allemaal vermoord. En toch zei hij: ik heb een taak in mijn land en een taak voor mijn kerk. Daarom kwam hij ons zijn verhaal vertellen.” Nog steeds voelt Corbijn zich erg betrokken bij Rwanda. “Het land van de duizend heuvels. Als Rwanda genoemd wordt, doet dat altijd iets met me.”

Zendingsmiddag

Simon Corbijn is in die jaren niet alleen voorzitter van de plaatselijke zendingscommissie, maar vanaf 1974 ook van de classicale werkgroep zending. Die bestaat uit afgevaardigden van alle gemeenten binnen de classis Walcheren. De werkgroep organiseert elk jaar een zendingsmiddag, waarvoor een zendingswerker met verlof wordt uitgenodigd om wat te vertellen. De middagen zijn zo’n succes dat in 1977 voor het eerst een missionaire werkdag voor de hele provincie Zeeland wordt georganiseerd. Ook dat slaat aan.

Ondertussen peilt Corbijn regelmatig of zijn voorzitterschap nog steeds gewenst is. “De officiële termijn was eigenlijk maar vier jaar. Af en toe vroeg ik de commissieleden of ze het nog wel goed vonden dat ik steeds maar bleef. Ze zeiden elke keer van wel, dus op een gegeven moment ben ik maar gestopt met vragen.”

Volle toewijding

Ook als Corbijn de tachtig is gepasseerd, blijft hij met volle toewijding betrokken bij zowel de classicale als de plaatselijke ZWO-commissie - zoals de zendingscommissie inmiddels heet. Hij speelt een belangrijke rol bij het opzetten van de actie ‘Zeeland voor Pakistan’, waarbij kerken in de hele provincie geld inzamelen voor projecten in Pakistan. Daarnaast verschijnen in Oostkapelle maandelijks stukjes van hem in het kerkblad. Hij licht projecten toe tijdens de kerkdienst – “ideaal dat je tegenwoordig dingen via de beamer kunt laten zien” – én de ZWO-commissie organiseert jaarlijks een voorjaars- en najaarszendingszondag. En dan wordt er ook nog geld ingezameld in het dorp, met acties als het bakken van wafels.

Terugblikkend ziet Corbijn dat het zendingswerk in de loop van de tijd behoorlijk van karakter is veranderd. “De relatie is nu veel meer wederzijds. Mensen in Afrika geloven de Bijbel van A tot Z, terwijl wij weleens vraagtekens zetten. Het is goed om met elkaar in gesprek te gaan en van elkaar te leren. Spreken over ‘de nikkertjes in Afrika’, zoals in mijn jeugd, kan écht niet meer.”

Heil doorgeven

Afgelopen maart nam de oudgediende dan toch afscheid van de classicale ZWO-commissie. Hij moet het nog een beetje verwerken. “Ik heb gevraagd of ik de ingekomen stukken nog mag krijgen, zodat ik een beetje op de hoogte kan blijven van de projecten. Maar ik heb daar natuurlijk niets meer in te brengen.”

Inmiddels heeft hij alle punten op zijn A4’tje gehad. “Ik wil nog wel graag wat voorlezen”, zegt hij dan, terwijl hij een paar andere vellen papier pakt. Hij schraapt zijn keel en draagt vervolgens de laatste drie alinea’s voor van zijn afscheidstoespraak. Om te besluiten met: “Het is onze opdracht om de boodschap van het heil door te geven. Wat een voorrecht om aan die opdracht mee te mogen werken!”

Word gratis abonnee

Petrus gratis in de brievenbus?

Foto’s: Ton Stanowicki | Tekst: Jedidja Harthoorn