Twee meisjes kijken in museum Het Mauritshuis op een klein scherm naar een fragment uit ‘Our daily bread’ (2005). De documentaire toont een vrouw bij een lopende band. Gekleed in een klinisch-witte jas selecteert ze in luttele seconden tientallen snoezig gele eendagskuikens. Verbijsterd roept het ene kind: “Waarom zijn hier kuikentjes?” En het andere: “Ah, die grote mama doet de kuikentjes pijn!”
Deze reactie is precies wat de tentoonstelling Birds wil oproepen. Verdriet en verontwaardiging over onze verhouding met onze medeschepselen. Een kind kan gelukkig nog voelen dat dieren gevoel hebben. Hoe zij lijden door institutioneel geweld omdat wij goedkoop voedsel willen.
Dubbelzinnig
Bij de ingang van de tentoonstelling kijkt het puttertje van Fabritius me aan alsof het vraagt: wat doe jij hier? Ik dwaal door de zaal. Vogels staan symbool voor de ziel, ontdek ik. Voor de Geest van God, voor vrede of juist gevangenschap; voor naderend onheil (de kanarie in de kolenmijn). Maar ze zijn ook gekooide huisdieren, mishandeld in veewagens, bejaagd tot uitsterven volgde. Natuurlijk, we zijn in een museum. Dus is er ook veel te genieten. Gastconservator, (kunst)historicus Simon Schama, heeft alles uit de kast gehaald om de relatie mens-vogel van alle kanten te belichten. Je ziet geschilderde vogels, een jurk van Iris van Herpen, de domino-mus die werd doodgeschoten omdat hij bijna de wereldrecordpoging dominosteentjes had verstierd.
Menselijk perspectief
De relatie tussen vogel en mens is dubbelzinnig. En problematisch. Ook deze tentoonstelling, hoe mooi ingericht ook, ontkomt er niet aan. Aan de wanden zijn zes woorden aangebracht: eten, liefhebben, jagen, vereren, tooien, benijden. Allemaal geven ze aan hoe wij vanuit menselijk perspectief naar vogels kijken. Blijft de vraag: hoe kijkt het puttertje naar ons? Die vraag blijft onbeantwoord.
Ontroerend zijn de foto’s die Henri Cartier-Bresson van de zieke Henri Matisse maakte. De schilder met een duif in de hand. De andere duiven zitten op hun kooi en kunnen vrij rondvliegen. Zou het toch kunnen? Een liefdevolle, innige relatie die mens en vogel goed doet?
Vogels als kunstenaars
De prachtig uitgegeven catalogus, Het puttertje, mens en vogel, is een genot om na de tentoonstelling door te bladeren en te lezen. Dierenrechtenfilosoof Eva Meijer beschrijft boeiend over kraaien die kunnen anticiperen, koolmezen die culturen kennen en raven die complexe talen ‘spreken’. Wij mensen staan niet boven andere wezens. Meijer pleit ervoor vogels als kunstenaars te zien. Haar advies geef ik graag door: als je de tentoonstelling verlaat, geef dan aandacht aan de vogels die deze tentoonstelling mogelijk hebben gemaakt.
Het lijkt een al te frivool advies in deze barre tijden van oorlogswaanzin en autocratische leiders: ga lekker genieten van een vlucht kauwen of van de zang van de heggenmus.
'Geen vogel behoort aan een mens toe’, zegt Eva Meijer, ‘vogels zijn alleen van de hemel en henzelf.’
De merel in z’n zwarte pak
fluit een cantate op het dak,
in ’t laaghout voert met fijn geluid
de tjiftjaf zijn muziekje uit.
Dat is geloof, al zien we niet,
we zingen in de nacht ons lied,
een glans ligt over het bestaan,
de dag van onze Heer komt aan!
(Jaap Zijlstra)
Birds – Curated by The Goldfinch & Simon Schama. Mauritshuis, Den Haag, tot 7 juni 2026.