Dag 1: de aankomst - onrust en verwachtingen
We zijn moe. Moe van intensief praten in de auto. En ook een beetje gespannen: hoe zal het samen zijn op deze plek? We komen laat in de avond aan en het is er oorverdovend stil en pikkedonker. Alles lijkt al in diepe rust. Normaal gesproken ben ik altijd alleen in een klooster. Een beetje spannend vind ik het wel. Hoe zal hij het vinden? Kan ik de rust vinden die ik altijd zo koester? Reinier is wel een keer een week in Taizé geweest, het kloosterritme is hem niet geheel vreemd. Maar in Taizé is er veel reuring. Hier is het stil en sereen. We hebben allebei een eigen kamer. Hij bij de broeders in het hoofdgebouw, ik bij de vrouwen in een apart huis. Met een onrustig hart ga ik slapen.
Dag 2: hoe het ritme tegen onrust helpt
Na een onrustige nacht doe ik de gordijnen open en raakt het uitzicht me. Ik ervaar een soort thuiskomen. Reinier wordt heel vroeg wakker en heeft de nachtviering van 6.00 uur meegemaakt. Deze duurde onverwachts lang, wel vijf kwartier. Het is even wennen voor hem. In de Byzantijns orthodoxe vieringen wordt veel gezongen in vreemde (onder meer oud-Slavische) talen. De eerste keer kunnen alle rituelen en het gezang vervreemdend zijn. Je wilt begrijpen waar je naar kijkt. Als calvinisten zijn we gewend aan het woord; dat die ons raken, dat we iets begrijpen. Maar hier kun je alleen ervaren, met al je zintuigen. Dat vraagt even tijd. In de loop van de dagen merk ik dat we beiden kunnen loslaten en de diepgang op ons in laten werken. Maar na deze eerste keer is Reinier vooral moe.
Wandelen in de modder
Na de tweede ochtendviering gaan we wandelen. Het wordt een glibberige wandeling, vol modderpaden en hellingen. Eerst hebben we een diep en intensief gesprek. Over ons samen. Er komen heftige emoties boven. Dan besluiten we in stilte verder te wandelen. De adrenaline kan weer zakken. De woorden kunnen in ons neerdalen en we kunnen terug naar onszelf. Dit zouden we nooit gedaan hebben als we thuis hadden gewandeld. Ergens onderweg krijgen we de slappe lach als we in een modderbad belanden en we onze stilte niet vast kunnen houden. Het brengt even lucht.
Ritme reguleert
Dan beginnen de klokken te luiden, tijd voor het middaggebed en de lunch. Het voelt raar dat we ons samenzijn los moeten laten en ons op wat anders moeten richten. Maar tijdens het gebed merk ik dat dít juist is wat ons helpt. Het ritme reguleert emoties en gedachten. Je wordt gedwongen ergens mee te stoppen, te pauzeren en terug naar jezelf en naar God te gaan. Niet alles hoeft opgelost en uitgepraat. De stilte, het gebed en een gezonde maaltijd brengen ons weer in balans. We eten in stilte. Reinier bij de broeders aan tafel, ik bij de andere gasten. En omdat de dag opgedeeld is in gebeden en maaltijden maak je bewustere keuzes en ga je beter voelen: waar heb ik nu behoefte aan? Na de lunch besluiten we onze eigen stiltetijd te nemen. In mijn eigen kamer ga ik een geleide meditatie doen. Nu komt ook mijn lichaam tot rust. Dan schrijf ik wel vijf pagina’s in mijn dagboek vol.
Dag 3: dieper zakken in de essentie
Reinier blijkt naar alle vieringen te gaan. De regelmaat helpt hem. Het troost hem dat er altijd gebeden zijn. Dat er, ook als hij veel te vroeg wakker wordt, altijd broeders zijn die ook wakker zijn en bidden. In één viering zijn er maar twee andere broeders. Ze bidden in het Nederlands, voor hem. Hij is geroerd. En als ik hem weer zie lijkt er iets veranderd. Zijn blik is opener, emotioneler. Hij is ontvankelijk. Iets is gaan stromen. Het maakt niet meer uit wat de inhoud van de teksten en liederen precies is, hij laat het over zich heen komen. De maaltijden met de broeders raken hem diep. In die stilte voelt hij zich welkom en gedragen. Dat het niets uitmaakt wat zijn achtergrond is, waar hij vandaan komt en waar hij naartoe gaat.
Vreugde
We krijgen een prachtige rondleiding van père Dorothéus. Het is een oude bekende van mijn familie, omdat ook hij vroeger in Israël woonde (klik hier voor mijn blog over Israël). Dorothéus is al ruim dertig jaar monnik. Met trots en liefde vertelt hij over het klooster en laat ons bijzondere plekken zien. We mogen hem vragen stellen en zijn verhalen zijn van een diepgang én een humor waar we allebei van opknappen. De vreugde die uit zijn ogen straalt is aanstekelijk. De rust die van hem uitgaat en zijn innemende pretentieloze karakter werken rustgevend. We mogen zijn zoals we zijn. Heel even kan ik diezelfde vreugde ook ervaren. Het gevoel dat je samensmelt met het nu, dat je je vervult voelt met dankbaarheid voor alles wat er al ís.
Mijn vragen in Gods handen
Alleen op mijn kamer merk ik dat de ergste onrust en adrenaline uit mijn lijf zijn gezakt. Ik kan afzakken naar een diepere laag. Zakken voorbij de angst en de boosheid in deze moeilijke fase van onze relatie. Wat doet er echt toe? Wat heb ik nodig? Ik lees bijbelteksten die in de vieringen worden gezongen en gelezen, en ze resoneren in mij. De Veertigdagentijd is net begonnen. In de Byzantijnse liturgie herhalen ze vaak het ‘Ontferm U’: Gospodipomilui. Het past zo goed in deze fase. Ontferm u over ons. Vergeef ons. Ik schrijf mijn dagboek weer vol. En ik ga wat dieper ademen. En telkens zeg ik weer tegen mezelf: leef van dag tot dag. Soms mag er een vraag klinken zonder antwoord. Met een vertrouwen dat een antwoord vanzelf komt met de tijd. Ik leg mijn vragen in Gods handen en het wordt eindelijk stil in mij.
Dag 4: wat neem je mee?
En dan breekt de laatste dag aan. De tijd is snel én heel langzaam gegaan. Ik zou wel langer willen blijven. In de laatste viering voor de lunch herhalen de broeders keer op keer zingend het ‘Ontferm U’ en dit keer in het Oudgrieks: Kyrie Eleison. Ze knielen en buigen helemaal tot de vloer. Na een poosje ga ik meedoen. Het voelt altijd wat gek als nuchtere protestant. Maar het is heilzaam. Ik vraag God het even van me over te nemen, want ik wéét gewoon niet alle antwoorden. Als iedereen wegloopt stromen de tranen over mijn wangen. Bij Reinier ook, zie ik. Hij pakt mijn hand. Zo staan we er nog een poosje. Op de terugweg zijn we anders dan op de heenweg. We weten: er is nog een weg te gaan. Maar we weten ook, ergens diep vanbinnen, dat we niet alles alleen hoeven te doen. Dat we gedragen worden.
Lees in haar andere blog meer over het oecumenische klooster in Chevetogne en Rebecca's ervaring toen ze er alleen was.