Wil je opstaan en Mij volgen als ik noem je naam?
Wil je dienen in 't verborgen, zonder roem of faam?
Wil je leven op de wind, broos en kwetsbaar als een kind?
Zul je geven wat Ik vind van jou en jij in Mij?
Wil je gaan op nieuwe wegen, steil en ongewis?
Wil je zijn tot hoed' en zegen voor wie vreemd'ling is?
Val je niet een mens te hard die in leugens is verward?
Hoor je 't kloppen van mijn hart in jou en jij in Mij?
Wil je gids zijn voor de blinde die je smeekt: 'Help mij!'
Wil je vechten voor een kind, gevangen en onvrij?
Zie je in ontferming aan, ieder die alleen moet gaan,
opdat groeie mijn bestaan in jou en jij in Mij?
Wil je zien dat wat Ik zie: jouw gaven velerlei!
Wil je luist'ren als Ik zeg: 'Een koningskind ben jij!'
Wil je geven wat je hebt, dat de wereld zich herschept
en mijn leven wordt gewekt in jou en jij in Mij?
Heer van liefde en van licht, vervul mij met uw Geest.
Laat mij zijn op U gericht, en maak mij onbevreesd.
Dat ik in uw voetspoor ga, uw ontferming achterna,
en met lijf en ziel besta in U en Gij in mij.
Tekst: John L. Bell
Muziek: Graham Maule
Vertaler: Gert Lubberts
Lied 386 uit 'Hemelhoog'
Zang: Pearl Jozefzoon
Arrangement en percussie: Frank van Essen
Koor o.l.v. Betthilde Keij
Gitaar: Allard Gosens
Saxofoon: Sjoerd Visser
Piano: Jan Willem van Delft