Doorgaan naar hoofdinhoud
Vindplaats van geloof, hoop en liefde
subline-curl
Abonneer je op Petrus Magazine

Licht in onze ogen

Lied 463, gezongen door Joy Wielkens (+ toelichting).

Licht in onze ogen,
redder uit de nacht,
geldt uw mededogen
nog wie U verwacht?

Als der mensen trooster
roepen wij U aan:
noem de namelozen
met een nieuwe naam!

Herder, wil behoeden,
wie in ’t duister valt.
Keer hun lot ten goede,
licht dat stralen zal!

Bloesem in de winter,
roze dageraad,
wees ons teken dat de
zon verschijnen gaat!

Regen uw gerechtigheid
en bevrucht de aard,
tot de trouw ontkiemt en
vrede bloeien gaat!

Tekst: Sytze de Vries 
Melodie: Kenneth George Finlay - Glenfinlas

Toegelicht: Licht in onze ogen

(door dr. Oane Reitsma, predikant van de Protestantse Gemeente Enschede)

Vragen en verwachten

Een op en top adventslied dat met grote vragende ogen verwachtend inzet: geldt het mededogen van het kerstkind nog steeds voor alle mensen van Gods wil? Geldt de belofte van de profeten nog steeds? Of wachten wij voor niks? Zo wordt de vraag indringend gesteld aan de komende Messias. In de rest van het lied wordt de vraag alleen maar klemmender, maar dan steeds in de vorm van een krachtige aanroep in de vorm van de gebiedende wijs (‘noem de namelozen’, ‘keer het lot ten goede’, ‘wees een teken’, ‘regen gerechtigheid’!). Kunnen wij de Messias zo dwingend aanspreken? Jazeker, want de profetische beloftes liegen er niet om.

Gestructureerde opbouw

Waar in het eerste couplet het centrale adventsthema ‘licht in het duister’ wordt neergezet, volgen in de vier opvolgende coupletten beelden die aan de klassieke bijbelteksten voor de vier adventszondagen ontleend worden. Dat zijn achtereenvolgens de trooster (advent I – Jesaja 40:1: ‘Troost mijn volk’), de herder (advent II – Psalm 80:2: ‘Herder van Israël’), de bloesem in de winter (advent III – Jesaja 11:1: ‘uit de stronk van Isaï schiet een telg op’) en regen gerechtigheid (advent IV – Jesaja 45:8). Het lied moet dus de hele adventstijd door gezongen worden.

Nieuwe identiteit

Die beelden worden even beknopt als doordacht uitgewerkt. De trooster noemt de namelozen bij hun nieuwe naam (vergelijk ook Openbaring 2:17). Daarmee krijgen de ongeziene mensen die anoniem verdrinken op de Middellandse Zee of naamloos omkomen in de kampen in Noord-Korea een nieuwe identiteit: zij worden gezien. Wie in het duister valt, valt in het licht (vergelijk Psalm 139:11-12), het twijgje in de winter verschijnt als voorteken van de zon als de dagen weer gaan lengen, en dat alles loopt uit op een aarde vol trouw en vrede (Psalm 85:11-15).

Kyrie eleison

Mooi is dat de dringende vraag over het aanbreken van het licht in dit lied uitloopt op een grote Kyrielitanie. De laatste drie coupletten beginnen immers met de klassieke aanroep van het Kyriegebed, dat overigens altijd het gebed aan Christus is (‘Kyrios’ verwijst naar de Heer Jezus, niet zozeer naar de Godsnaam uit het Eerste Testament): Kyrie eleison – Christe eleison – Kyrie eleison. Dat maakt dit lied ook zo geschikt als openingshymne voor de adventsliturgie, waarin immers het gloria enkele weken niet gezongen wordt. Een andere mogelijkheid is om de laatste drie coupletten als voortzetting van het gesproken Kyriegebed te zingen.

Bijzondere melodie

De melodie heeft twee bijzondere eigenschappen. Hij bestaat maar uit vijf tonen van de gehele toonladder. Dat geeft het een heel eigen sfeer. Daarnaast kan het lied ook in canon gezongen worden. Dat versterkt de aanroep alleen maar.

Dit lied werd gezongen in de laatste aflevering van 'Petrus in het land' (4 december, KRO-NCRV). Bekijk of lees ook de overdenking van ds. Karolien Zwerver:

Elke week het beste van Petrus online

Ontvang de wekelijkse nieuwsbrief