Schepper van de zon,
nu we op de langste dag beland zijn,
vragen we U ons te sterken door het leven in uw licht,
zowel lichamelijk als geestelijk
(liturgie voor de zomerzonnewende, pag. 113)
Als de zomer aanbreekt, breekt er ook in ons iets open. We verlaten ons huis, trekken eropuit in een onweerstaanbare drang andere culturen te verkennen, de natuur in te gaan. Alsof we uit een winterslaap ontslapen. Onze zintuigen worden geprikkeld en gevuld met bonte kleuren, geuren en ongekende geluiden.
Als ik door het boek van David Cole struin, merk ik hoe ik als modern westers mens op afstand leef van de schepping. Zo vaak zit er een scherm tussen, of een toetsenbord. Het helpt me uit mijn hoofd te raken en met al mijn zintuigen open te staan voor een wonderwereld vol geheimen (Iona).
Groen-gelovig
In ‘Het Keltisch jaar’ diept David Cole parels op uit de rijke traditie van Keltisch christendom. Stel je middeleeuwse monniken voor die de kusten van Europa bevoeren. Hun liefde voor God, de Schepper, verbonden ze met liefde voor de natuur, de cultuur en het avontuur. Onderweg lieten zij zich leiden naar waar de Geest hen heen blies, naar ‘thin places’ waar de hemel de aarde raakt. Ze hadden oog voor de kosmische werking van de Geest. De Kelten waren groen-gelovig, zouden we nu zeggen. Ze waren zich bewust van de adem van God die de schepping doorwaait en elke dag het leven schept als was het de eerste scheppingsdag.
Evenwaardig?
Het boek is een handleiding dat zich goed laat gebruiken voor individueel gebruik of in groepen. Je kunt het een jaar lang gebruiken, eruit voorlezen rond de maaltijd, bij de opening van een bijeenkomst of bij een wandeling.
Geprezen bent U door broer Zon, die de korte nacht achter zich laat en op deze dag de morgen verlicht.
Geprezen bent U voor mijn vriend lichaam, dat U begroet wanneer het heelal zich fris ontvouwt.
Geprezen bent U door de gracieuze zusters van Tuin- en Weidebloem (…)
Door broer Boom en de grote, betrouwbare broer Eik. (pag. 113)
In dit gebed hoor je overeenkomsten met de Franciscaanse spiritualiteit. Franciscus noemt in het Zonnelied de elementen zon, licht en water broers en zussen. Dit gebed gaat nog een stapje verder. Ook Asperges en Aubergines en Aardbei en haar ‘Bessenzusters’ worden zussen genoemd. Ik aarzel. Als alles in de schepping evenwaardig is, zou je die vruchten dan nog consumeren?
Ontroerend is dan weer het volgende gebed:
Geprezen bent U door alle schepselen en vooral door onze huisgenoten:
broer Hond die slaperig voor de haard ligt,
zus Kat helemaal opgekruld;
want zij laten zien hoe ongecompliceerd liefde en in het moment leven is. (pag. 114)
Sleutelmomenten
Cole weeft de Keltisch-christelijke spiritualiteit rond de acht knooppunten van het Keltisch jaarwiel. Dat kent geen vier maar acht seizoenen. De hiermee verbonden feesten markeren sleutelmomenten die verbonden zijn met de af- of toenemende kracht van de zon. Dat spreekt me aan. Als je bewust leeft bij ‘buiten’, ervaar je dat vier seizoenen niet genoeg zijn om het jaar te beleven. Acht seizoenen lijken me ook logischer. De winter bijvoorbeeld valt begin november in als vogels zijn weggetrokken naar het zuiden, en niet pas vlak voor de winterzonnewende. Het Keltische jaar begint in het donker en groeit naar het licht. Zoals de dag begint als de zon ondergaat, net als in het jodendom.
In je rugzak
De Keltische spiritualiteit kun je een ‘spiritualiteit van het alledaagse’ en een ‘geaard geloof’ noemen. Het nodigt uit tot een houding van aandacht en gebed om God te ontdekken waar zij allang werkzaam is. Niet ‘praten over’ maar ‘proeven van’, en daar is in onze technische wereld met kunstmatige intelligentie en sociale media grote behoefte aan. Geoefende wandelaars weten het: alles wat je thuislaat is meegenomen. Maar het lees- en bidboek Het Keltisch jaar verdient een plek in je rugzak.
David Cole, Het Keltisch jaar. Het natuurlijke ritme van gebeden en meditaties. KokBoekencentrum Uitgevers, 2026. 160 pagina’s, € 20,00.