Alomvattende hemelvader,
‘Eer uw vader en uw moeder’, hebben wij eens van U geleerd,
maar nooit stond erbij wat dat inhoudt, of wanneer het genoeg is geweest.
Wij noemen U onze vader en brengen U eer;
in ons lied, in onze gebeden, ons doen en laten in de kerk,
in hoe wij onze levenswijsheid hebben gepolijst aan de scherpte van uw woord.
Is dat wat het inhoudt? Is dat ergens een keer genoeg geweest?
Lieve God, is de kern van dit alles niet gewoon de liefde?
De vreugde voelen bij het besef onlosmakelijk verbonden te zijn met U?
Is eren niets anders dan de heiligheid van het leven herkennen en dat teder omarmen?
Laat de striemende regen van ons levenslot de korst van onze ziel spoelen.
Laat de grond golven onder onze voeten zodat wij onze balans hervinden moeten.
Laat nieuwe inzichten indalen door de instraling van uw hemellicht.
Zodat wij in de andere mens uw gelaat herkennen, onszelf terugzien in hun gestalte,
zodat wij weten dat we geliefd zijn en de ander lief kunnen hebben zonder last.
Onze aardse vader en moeder het startpunt om dit leren, dit te kunnen,
de ander lief te hebben als onszelf, te leren één te zijn met U en U met ons.
Dat de vreugde van dit weten een glimlach mag tekenen op ons gelaat,
dat wij U eren met de lichtheid van ons bestaan
en vanuit die diepe liefde onze eigen ouders teder omarmen
of uit liefde voor de waarheid loslaten, ter ere van hun eigen levenspad.
Zo moge het zijn, amen.
(door Walter Meijles, geestelijk verzorger)