Hemelse mama,
Eens ademden wij water en dobberden veilig,
geluid gedempt, licht afwezig, de ogen nog gesloten.
Omhuld in de lijfelijke liefde van haar
die ons ontving, deed ontstaan, doet leven.
Tot de dag van verwijdering, losgekomen,
lucht in de longen, levend in het harde licht.
Omhuld in nabije liefde, maar op afstand,
losgelaten om alleen te kunnen zijn.
Zo heeft U de toon gezet voor de melodie van ons levenslied.
Dit lichaam ons thuis, deze wereld onze omhulling.
Losgelaten om alleen te kunnen zijn.
Het loslaten ontsteekt in ons eindeloos verlangen
om weer één te zijn, naar lijf en ziel
verenigd met U die ons ontving,
die ons deed ontstaan en doet leven.
Laat uw stem klinken en zing ons naar U toe,
losgelaten als wij zijn, alleen in dit leven.
Laat ons de verbinding met U hervinden
in de oerklank van onszelf.
Hemelse mama, kijk eens wat ik kan!
Amen
(door ds. Walter Meijles)