Doorgaan naar hoofdinhoud
Vindplaats van geloof, hoop en liefde
subline-curl
Abonneer je op Petrus Magazine

De dichter en de muzikant: ‘Ik schreef, hij koos’

Dichter, auteur en predikant Hans Bouma schreef verschillende liederen met de bekende pianist Louis van Dijk. Bouma schreef, Van Dijk componeerde. “Het was alsof hij een speciaal verbond had met de piano.”

Onlangs bracht tv-programma Jacobine op 2 een ode aan het leven en het kerkelijke oeuvre van pianist en componist Louis van Dijk. Naar aanleiding van die uitzending een persoonlijk gesprek met Hans Bouma, die regelmatig met Van Dijk samenwerkte.

Wie was Louis van Dijk voor u?

“Louis was een echte speelman: iemand die muziek maakte bij allerlei gelegenheden. Hij gebruikte verschillende stijlen door elkaar wanneer hij improviseerde. Het werd hem dan ook wel eens kwalijk genomen dat hij zich niet aan één stijl of muzieksoort verbond. Maar hij liet zich nooit in een hoek zetten. Hij deed alles om anderen blij te maken met zijn muziek.

Ik leerde hem kennen toen ik werd uitgenodigd voor een poëziedienst in Alkmaar. Dat waren diensten waarin gedichten werden voorgedragen en daar werd dan muziek onder geïmproviseerd. Hij werd uitgenodigd als pianist en improvisator. Er was al gauw een klik. We hadden dezelfde kerkelijke achtergrond. Hij was later zijn eigen weg gegaan in het geloof. Die weg, die zag je terug in zijn keuzes. Zijn geïmproviseerde muziek had vaak iets weg van klassieke hymnen. Maar het was altijd iets unieks. Je moest hem zijn eigen gang daarin laten gaan.

Zo was het ook met zijn geloofsleven. Hij was overal open over, maar zijn geloof was een privézaak. Ik vermoed dat hij altijd meer vragen dan antwoorden had in het geloof, maar dat hij ook hierin zijn eigen weg vond. Zijn ouders waren daar wel eens bezorgd om. Op een dag belde zijn moeder mij op: ‘U bent dominee, kunt u niet eens met hem praten?’ Maar Louis en ik werkten goed samen, en die samenwerking, daar bleef het bij.”

U heeft samen met Louis van Dijk een bundel kerkliederen geschreven: ‘Zolang je zingt, leef je’. Hoe is dit ontstaan?

“Toen ik begon als predikant, werden er in de kerk psalmen en enkele gezangen gezongen.

Ik had behoefte aan liederen die reageerden op de preek. Je kon dan wel iets uitzoeken wat er een beetje bij paste, maar afhankelijk van het thema werd dat soms wel erg vergezocht. In mijn eerste gemeente, in Heerhugowaard, schreef ik liederen die een antwoord waren op de preek. Ik schreef die liederen op bekende melodieën.

Ik kwam niet op het idee om het eens anders aan te pakken. Totdat ik werd benaderd door Louis. Hij wilde zelf nieuwe melodieën gaan schrijven onder mijn teksten. Zo ontstond onze samenwerking voor kerkmuziek. Ik schreef, hij koos uit wat hem interessant leek. Soms liet hij teksten links liggen die ik zelf prachtig had gevonden. Hij koos teksten die hem om de één of andere reden raakten. Ik kon hem alleen nooit vragen waarom. Hij wilde zich daarvoor niet verantwoorden. Wel leek hij vaak geïntrigeerd door teksten die braken met de regeltjes van de klassieke dichtstijl, met afgebroken zinnen bijvoorbeeld.”

U schrijft al jaren gedichten en kerkliederen. Waarom, en wat inspireert u?

“Mijn inspiratie komt nooit uit mezelf. Ik verwoord dat wat anderen meemaken of voelen, ik geef een stem aan iets waar anderen niet de juiste woorden voor kunnen vinden. Mijn gedichten zijn een reactie op iets of iemand. In mijn gedichten reageer ik zo menselijk en creatief mogelijk op wat, of op wie, van buiten een appel op mij doet. Die ‘wie’ kan ook God zijn.

In kerkdiensten maak ik nog altijd graag gebruik van poëzie en muziek. Mensen willen aangesproken worden op al hun zintuigen: ze willen horen, zien en zich ergens bij in kunnen leven. Tegenwoordig houd ik zogeheten ‘verhaaldiensten’. Ik werk dan een bijbelverhaal uit, vanuit het perspectief van een persoon uit dat verhaal. Het is een fictief verhaal, maar dankzij mijn theologische achtergrond wel stevig gebaseerd op wat we weten van die persoon, de context en de tijd.

Ik vertel het verhaal in de directe rede. Zo krijgen toehoorders echt het idee dat ze met iemand communiceren - het komt echt binnen. In elk verhaal las ik een paar korte muzikale intermezzo’s in, als een soort adempauze voor de gemeente en voor mijzelf. En die intermezzo’s zijn ook voor mij elke keer weer een leuke verrassing. Ik vraag meestal een muzikant uit de gemeente zelf, en diegene laat ik dan zo veel mogelijk vrij in de muziekkeuze. De één improviseert, de ander speelt iets bekends wat er mooi bij past.”

In de uitzending van Jacobine op 2 werd onder andere uw lied ‘Leven als de bomen’ gespeeld. Wat betekent dit lied voor u?

Voor dit lied heb ik mij laten inspireren door het slot van Psalm 92. Het beeld van een boom wordt vaker gebruikt in de Bijbel. Voor mij is een boom hét symbool van religie. Een boom is stevig geworteld in de aarde, Gods schepping. Tegelijkertijd strekt een boom zich uit naar de hemel, een boom is ontvankelijk voor wat er van boven komt. En bomen communiceren via hun wortels met elkaar. Die elementen vind je ook terug in het geloof.

Bomen bloeien en groeien door de jaren heen en worden hoe ouder, hoe mooier. Een oude boom, die heeft grandeur. Zo is het ook met de mens: rijkdom komt met de jaren. Ook ouderen kunnen nog altijd bloeien en vrucht dragen en hun hele leven lang God blijven loven.”

Beluister hier het lied 'Leven als de bomen':

Elke week het beste van Petrus online

Ontvang de wekelijkse nieuwsbrief