‘Ik schrijf om iemands leven te redden, vermoedelijk dat van mijzelf.’ Uitspraak van een schrijver van wie ik de naam vergeten ben, maar wiens woorden ik heb onthouden. Zo nu en dan komt deze uitspraak bij me boven wanneer ik een column schrijf.
Deze column bijvoorbeeld. Die is vooral voor mijzelf bedoeld. Om mijzelf moed in te praten en een beetje streng toe te spreken. Dat heb ik nodig ook, want ik heb besloten de maand januari mee te doen aan ‘IkPas’: de hele maand januari sober innemen.
Niet snoepen, geen borrelhapjes, geen alcohol drinken, geen onmatigheid. Daar gaat het mij vooral om. Vanwege de feestdagen die achter ons liggen, waarin ik mij nogal feestelijk heb gedragen. Uitbundiger dan ik wilde. Ik heb niet bepaald vooraan gestaan toen de lieve Heer de matigheid uitdeelde.
Dat vertelt ook de januari-weegschaal me. Ik voelde de laatste weken in december al nattigheid. Nou ja, ik ben nu eenmaal een Bourgondiër. Zoals mijn grootvader en mijn vader, en zoals langzamerhand ruim de helft van de bevolking.
Matigen is moeilijk. Bourgondiër met een grote B is voor mij geen enkel probleem, ik kan het van nature. Bourgondiër met een kleine b, dat is lastig voor mij. “Voor jou is het alles of niets”, zegt mijn vrouw. En zij heeft gelijk. Daarom kijk ik met spanning naar februari.
Een maand lang even ‘geen Bourgondiër’ lukt me wel. Niet eenvoudig, en zeker niet prettig, maar wel te doen. Echter om dan vanaf februari blijvend te matigen en mijzelf een meer gezond leefpatroon aan te meten, dat vind ik pas echt lastig.
Vreemd eigenlijk. Er zijn veel dingen in de wereld waar ik moeite mee heb, maar waaraan ik niets kan veranderen. Dat mensen elkaar in de haren vliegen, in het klein en in het groot, dat kan ik niet keren. En dat mensen als vluchtelingen zwerven kan ik ook niet veranderen. De armoede in de wereld kan ik niet wegnemen en de honger niet lenigen.
Zeker, ik kan gewetensvol leven, en stemmen, maar de wereld veranderen kan ik niet. En bij verdrietigheden om mij heen kan ik troosten, maar het verdriet van mensen wegnemen kan ik niet.
Er is echter één ding dat ik helemaal zelf in de hand heb: hoe gezond ik leef, hoeveel ik eet en drink en beweeg. Uitgerekend daar heb ik moeite mee. Waarom zou ik het enige waar ik wel invloed op heb niet gaan veranderen?
Daarom doe ik mee aan sober leven in januari. En maak mij op voor de weliswaar moeilijker opgave die het meest belangrijk is: mij daarna te matigen. Daarbij houd ik mij vast aan een oude wijsheid van Prediker: Wees niet te zeer godsdienstig, en ook niet al te goddeloos.
Prediker bedoelt volgens mij dat we het juiste midden moeten bewaren. Ik wens mijzelf een matig 2026. En u ook.
Bron: Leeuwarder Courant, januari 2026