Ik haat het om machteloos te zijn. En wie kent dat gevoel niet? Je voelt je machteloos over de oorlogen die gevoerd worden in de wereld. Je voelt je machteloos over de nonchalance waarmee we met de schepping omspringen. Of, dichter bij huis, je voelt je machteloos omdat het niet meer lukt om alle ballen van het leven hoog te houden. Of vanwege de gebrokenheid in relaties met anderen.
Tanden erin
Als ik denk dat iets anders kan of moet, dan zet ik mijn tanden erin. Ik vecht en leg me ergens niet bij neer. Ik denk dat ik invloed heb om dingen te veranderen, ik hoop dat mijn inzet iets ten goede keert, maar soms is de gebrokenheid te groot. Soms worden situaties of relaties niet beter. Soms is machteloosheid het enige wat rest.
Blijven vechten?
Henri Nouwen schrijft dat Jezus de machteloosheid juist omarmde. Hij koos voor kwetsbaar en afhankelijk zijn, in plaats van weerbaar en zelfgenoegzaam zijn. Ik stel mezelf de vraag waarom ik dikwijls te lang blijf vechten. Waarom is de weg van machteloosheid zo onaantrekkelijk? De erkenning dat ik geen invloed heb, de erkenning dat gebrokenheid bij het leven hoort is te pijnlijk. Het besef dat bidden het enige is wat me te doen staat, voelt karig.
Achter Jezus aan
Het lied ‘Be ye still, and know that I am God’ speelt door mijn hoofd. Of in de Nederlandse vertaling van Psalm 46: ‘Staak de strijd en weet dat ik God ben.’ Zal ik ooit leren om de strijd te staken, om stil te zijn? Zal ik ooit beseffen dat mijn strijd en mijn woorden vaak zo weinig uitrichten? Dat ik niet altijd weerbaar hoef te zijn? Dat de weg achter Jezus aan, de weg van machteloosheid is? Niet uit gemak, maar vanuit het besef dat het God is die voor ons strijdt.