In Rechters 9 doodt een al te gretige troonopvolger zijn 70 (!) broers om te voorkomen dat een van hen de macht gaat grijpen. 70 min één, want de jongste weet te ontkomen. En die jongste broer, Jotam, vertelt de bomenfabel. De bomen willen een leider en ze vragen aan de olijf, de vijg en de druif of een van hen de leider wil zijn. Maar alle drie zeggen ze, en dat vind ik heerlijk om te lezen: “Zou ik stoppen met doen wat ik doe om een beetje te gaan wuiven boven de andere bomen uit?”
“Ik geef olie”, zegt de olijf, “daarmee breng ik genezing en zegen, daarmee kan brood gebakken worden. Dat lijkt me iets belangrijker dan op een troon zitten.”
“Ik geef zoetigheid en welzijn”, zegt de vijg, “en samen met de druif sta ik voor vrede in het land. Dat lijkt me iets belangrijker dan dat iedereen doet wat ik wil.”
“Ik breng vreugde en verbinding, en herinner de mensen aan een mooie toekomst. Dat lijkt me iets belangrijker dan alles kunnen krijgen wat mijn hartje begeert”, zegt de druif.
“Laat mij maar!” roept de doornstruik. “Ik geef schaduw (not, want probeer maar eens onder een doornstruik te kruipen), en vruchten (not, hooguit een zure bes waarvan het glazuur van je tanden springt) en wee je gebeente als je niet doet wat ik zeg, want dan zal er uit mijn takken vuur komen!”
Wat heb je aan macht?
De bomen begrijpen het beter dan de mensen: wie het minst geschikt is om te heersen, is er het meest fanatiek op uit. En wat is macht nou helemaal? Een beetje wuiven boven de anderen uit, meer niet. Wat heb je eraan? Het maakt je eenzaam en achterdochtig, en erger nog: je kunt niet doen waarvoor je bedoeld bent: leven en leven geven. Met dienen kom je verder dan met heersen. Waar de mensen in Rechters 9 verblind zijn door macht en geweld, laten de bomen zien wat dienend leiderschap is. Leven bloeit door geven, niet door overheersen. Macht die zichzelf zoekt, verbrandt alles om zich heen.
Luisteren naar de schepping
Waarom kiest Jotam nu juist voor bomen? Hij had ook een dierenfabel kunnen schrijven à la Reinaert de Vos. Misschien is het hierom: bomen laten zich niet leiden door de waan van de dag. Ze groeien langzaam, zijn sterk geworteld in de grond en leven met de seizoenen. Je zou kunnen zeggen: ze tellen hun dagen, zodat ze een wijs hart krijgen (Psalm 90). Ze weten dat ware groei lang duurt, dat wachten loont, dat kracht ontstaat in zwakheid. Van bomen is bekend dat ze met elkaar in verbinding staan via schimmeldraden. Ze communiceren met elkaar en helpen elkaar. En het lijkt erop dat ze er niet om geven wie de grootste en de sterkste is.
En voor je nu denkt: sjonge, wat een zweverig bomengeknuffel is dit: ik probeer me slechts te oefenen in wat Psalm 19 zegt: luisteren naar wat de schepping ons leert over de wijsheid en grootheid van God.