De gelijkenis vertelt niet meteen wie de zaaier is. God? Jezus? We lezen wel meteen dat hij niet bijster goed is in zijn vak: hij strooit het zaad als een blindeman om zich heen. Op de weg, tussen de distels, op keiharde ondergrond; op goed geluk lijkt hij maar wat te doen. Dit verhaal vertelt ons dus iets over de verkwistende liefde van God. Ook als er maar een klein kansje is dat iets groeit, al is het maar voor heel even, dan nog grijpt de zaaier die kans met beide handen aan.
Beschikbaar blijven
In mijn werk binnen de marine herken ik dit beeld. Als geestelijk verzorger investeer je veel van jezelf: je tijd, je aanwezigheid, je beschikbaarheid, je kwetsbaarheid vooral. Om er vervolgens achter te komen dat veel mensen helemaal niet op je zitten te wachten. Die hebben je niet nodig, vinden geloof en kerk achterlijk of achterhaald. Maar ook dan is de crux van mijn werk: ook voor hen blijf je beschikbaar, want er komt misschien een moment dat …
Meevaren op een groot schip voor een langere periode belichaamt dit verhaal des te meer. Je houdt je zondagse kerkdiensten (tenminste, als Max Verstappen niet op hetzelfde moment moet rijden, want dat gaat voor), je loopt je rondes, je probeert mee te helpen waar mogelijk (kombuis, schoon schippen), je overleeft ternauwernood dagen zeeziekte, maar je hoort er nooit helemaal bij. Teleurstelling kan dan zomaar op de loer liggen. Zou de zaaier daar ook last van hebben gehad? Of de 72 leerlingen die door Jezus werden uitgezonden en die het stof van hun voeten moesten kloppen wanneer het evangeliseren weer eens niet gelukt was? Ik denk het niet. Allen zouden het een dag later gewoon opnieuw proberen.
Wie één mens redt ...
Het koninkrijk van God is geen rijk dat rendement oplevert, in ieder geval niet op de wijze zoals we dat vandaag de dag kennen. En trouwens: wat moet de zaaier anders? Het zaad oppotten voor dat kleine beetje goede grond? Dat nooit. Dan wordt genade economisch rekenwerk. Nee, verkwistende liefde, ten koste van Hemzelf, dat is de wijze waarop onze God te werk gaat. En wij dus ook. Want als er ook maar eentje vrucht gaat dragen, dan is dat het allemaal waard geweest. Wie één mens redt ...