Een afscheid bij leven. Stap voor stap had hij steeds meer moeten inleveren en iedereen zag dat het einde nabij was. Maar zijn ogen waren helder. Hij was er nog. Aanwezig in een lijf dat niet meer meedeed.
Twee weken later zong ik opnieuw, bij zijn uitvaart. Hij werd 48 jaar, een vrouw en drie kinderen bleven achter. Ik kende hem niet persoonlijk. Hij hield van onze muziek. Dat was de verbinding. Maar wat me bijbleef, was iets anders: hoe rouw daar, bij zijn gezin, vrienden en familie, al begonnen was terwijl hij nog leefde.
Elkaar vasthouden
In dezelfde periode hoorde ik dat we binnenkort afscheid moeten nemen van een lieve vriendin, Irene. Opgegeven door artsen. Geen behandeling meer mogelijk. Vorige week zat ik, met haar twee zoons en een handjevol vrienden, bij haar in de woonkamer om haar uitvaart te bespreken. Samen een dag plannen die zij zelf niet zal meemaken.
Ze sprak rustig. Over liederen. Over wie er iets zou mogen zeggen. En wie niet. Natuurlijk werd er gehuild. En af en toe maakten we harde grappen. Bij het afscheid hielden we elkaar langer vast dan normaal. Het was warm en pijnlijk tegelijk. Alsof je twee werkelijkheden tegelijk vasthoudt: het leven dat er nog is, en het verlies dat al in de kamer staat.
In de auto naar huis moest ik huilen. Tranen kwamen ondanks de dankbaarheid dat we haar nog vast kunnen houden. Het voelde alsof mijn lichaam door middel van de tranen aangaf dat het rouwproces al begonnen was. Zelfs nu ze er nog is.
Het verdriet delen
Misschien begint rouw niet bij de dood. Misschien begint rouw bij het besef dat iets eindig is geworden. We zeggen vaak dat je iemand moet loslaten. Maar dat klopt volgens mij niet. Want wie liefheeft, laat niet los. Liefde verdwijnt niet met een diagnose. Liefde krijgt alleen wat meer gewicht. Daarom is rouwen niet loslaten maar leren dragen.
Ik moet denken aan het verhaal van Lazarus in Johannes 11. Jezus komt bij het graf van zijn vriend. Hij weet dat de dood niet het laatste woord zal hebben. En toch staat er één korte zin: Jezus weende. Hij geeft geen verklaring. Hij houdt geen toespraak over Gods plan.
Hij huilt.
Dat ontroert me diep. Blijkbaar is verdriet geen teken van zwak geloof. Blijkbaar hoeft pijn niet eerst opgelost te worden voordat God erbij kan zijn. Hij staat bij een graf en doet wat vrienden doen: Hij deelt het verdriet.
Gewoon aanwezig blijven
En misschien is dat ook wat wij te doen hebben. Bij de man met ALS zag ik hoe mensen om hem heen stonden. Ze konden zijn lichaam niet herstellen. Ze konden het einde niet tegenhouden. Maar ze bleven. Ze keken hem aan. Ze hielden hem vast en ze hielden elkaar vast. Ze namen afscheid terwijl hij het nog kon horen.
Bij onze vriendin proberen we hetzelfde te doen. We kunnen het niet repareren. We kunnen het niet begrijpen. Maar we kunnen wel naast haar zitten. De stilte verdragen. Elkaar iets langer vasthouden zolang dat kan.
Dat is dragen, zonder op te lossen of te hoeven verklaren. Maar gewoon aanwezig blijven wanneer het zwaar wordt. Rouw is het gewicht van liefde dat je niet meer kunt teruggeven. En soms begint dat dragen al terwijl iemand nog tegenover je zit.
Misschien is dat genoeg voor nu.