Het leek wel alsof er elke zondag een doopdienst was. Dat was natuurlijk niet zo. Maar toen mijn vrouw en ik hoopten op een kind en het wachten langer duurde dan we hadden gehoopt, zag ik overal baby's. En als we ergens gingen zitten, zat er voor mijn gevoel steevast iemand naast ons die zwanger was. We baden. We hoopten. We huilden bij weer een maand niet gelukt. En ondertussen vierden we mee.
Mag ik ernaar vragen?
Uiteindelijk werd onze dochter geboren. Later volgde een zoon. Daardoor kreeg ons wachten een afloop die veel anderen niet krijgen. Ik wil voorzichtig zijn met wat ik denk te begrijpen van hun verdriet. Wij mochten op een dag vertellen dat het zover was. Voor een vriend van mij kwam na onderzoeken een heel ander bericht: hij is onvruchtbaar. Ik vind dat diep verdrietig. En ik merk hoe onhandig ik ermee kan zijn. Op een dag vroeg ik hem hoe ik ermee om moest gaan. Kon ik ernaar vragen? Moest ik hem op Vaderdag een berichtje sturen? Misschien had hij juist een fijne dag en zou ik met mijn vraag het verdriet weer binnenhalen. Zijn antwoord was eenvoudig: “Vraag het gewoon. Vraag het altijd. Ik kan het zelf wel zeggen als ik het er niet over wil hebben. Maar als iedereen het doodzwijgt, dan mag het er niet zijn. Zo voelt het. Vraag het gewoon.”
Een hand op een knie
Ik dacht dat ik hem misschien pijn zou doen door erover te beginnen. Hij vertelde me hoeveel pijn het deed als niemand begon. Voor hem schreef ik ooit een lied over kinderloosheid. Tijdens een tour van The Bowery speelden we het in theaters door het hele land. Het kleine beetje licht in de zalen was genoeg om te zien hoe hier en daar twee mensen iets dichter tegen elkaar aankropen. Een arm om een schouder. Een hand op een knie. Kleine gebaren, die ik vanaf het podium steeds opnieuw zag. Het maakte niet uit welke plaats of provincie. Overal wonen stellen met dat onvervulde verlangen. En ik zag hoeveel het kon betekenen als er even aandacht was voor hun gemis.
Kinderloosheid binnen de kerk
Daardoor vraag ik me af hoe we die aandacht ook binnen de kerk ruimte kunnen geven. We hebben geboorteberichten, doopdiensten, de kinderen die naar voren komen. Wat is het mooi om te vieren dat ze er zijn. Daar hoeft niets vanaf. Maar hoe zorgen we dat ook de mensen die met lege handen blijven zitten, merken dat we hen niet vergeten?
Als ik daaraan denk, hoor ik mezelf alweer allerlei oplossingen verzinnen. Terwijl ik nog niet eens heb gevraagd waar iemand behoefte aan heeft. Misschien is een speciaal moment op Vaderdag welkom. Misschien liever op een andere zondag, wanneer niemand erbij stilstaat. Ik weet het niet. Het voelt ongemakkelijk om dat toe te geven. We zouden graag iets goeds doen, liefst zonder het risico iets verkeerds te zeggen. Maar ondertussen kan onze voorzichtigheid ervoor zorgen dat de ander steeds zelf moet beginnen over zijn of haar verdriet. Dus misschien begint het heel eenvoudig. “We denken aan jullie, maar weten niet goed wat jullie helpt. Willen jullie ons dat vertellen?”
Durven beginnen
En dan luisteren. Ook als het antwoord anders is dan je had bedacht. Of als iemand het zelf nog niet weet. Mijn vriend vroeg me niet om zijn verdriet op te lossen. Hij vroeg me om erover te durven beginnen.