Doorgaan naar hoofdinhoud
Vindplaats van geloof, hoop en liefde
subline-curl
Abonneer u op Petrus Magazine

Bijbelverhalen de wereld over

Wolkenkrabbers, peperdure auto’s en megalomane winkelcentra: in Dubai lijkt alles mogelijk. Maar iets verderop in de stad wonen arbeidsmigranten dicht op elkaar in achterbuurten. De Bijbel geeft hen kracht.

De Burj Khalifa, met 828 meter het hoogste gebouw ter wereld, torent ver boven alle andere gebouwen uit. In hotel Atlantis, iets verderop, kun je voor 30.000 euro per nacht een kamer huren. In mondain Dubai is niets te gek. 

De mensen die al deze luxe uit de grond stampen, zijn arbeidsmigranten uit voornamelijk Azië en Afrika. Zij wonen in armoedige omstandigheden en werken zes lange dagen per week voor een klein loon dat ze overmaken naar hun familie. Het zijn er nogal wat: 85 procent van de inwoners van Dubai komt uit het buitenland en een aanzienlijk deel daarvan bestaat uit slechtbetaalde arbeiders.

Geen Bijbel nodig

Velen van hen verblijven in achterbuurten waar mensen van dezelfde nationaliteit bij elkaar wonen. De smalle steegjes hangen er vol wasgoed. In een van die wijken wonen 1100 Indiase vrouwen die voor hetzelfde schoonmaakbedrijf werken. In kamertjes van krap vier bij vier meter slapen zes vrouwen. Een gordijn voor het stapelbed geeft wat privacy. Ze maken werkdagen van twaalf uur. De tijd die overblijft, gebruiken ze om te koken, te wassen en hun familie in India te bellen. 

Een aantal van deze vrouwen is christen. In de moeilijke omstandigheden waarin ze moeten leven, ver weg van familie, is hun geloof vaak hun enige houvast. “Als je niet voor, achter of naast je kunt kijken, kun je alleen nog omhoogkijken”, zeggen ze. Ze willen graag meer weten over de Bijbel. Daarom komt Suneetha, de vrouw van de voorganger van een lokale Indiase gemeente, elke dinsdagavond een bijbelstudie houden in de eigen taal. Dat doet ze door ‘storytelling’, een mondelinge bijbelvertelmethode. De vrouwen krijgen het bijbelverhaal op verschillende manieren te horen, zodat ze het beter onthouden. Daarna kijken ze met elkaar welke lessen erin zitten en hoe die van toepassing zijn op hun eigen leven. Voor deze manier van bijbelstudie heb je geen bijbel nodig. Je hoeft enkel de verhalen te kennen en die te vertellen. Dat is handig, want in sommige arbeiderswijken zijn Bijbels verboden. Bovendien zijn veel arbeidsmigranten analfabeet.

Job en Jakob

Bij de bijbelstudie van vanavond zitten twintig vrouwen in een van de kamertjes bij elkaar, op de bedden en op de grond. Na een gezamenlijke rijstmaaltijd vertelt Suneetha het verhaal van Tabitha uit Handelingen, die na een gebed van Petrus wordt opgewekt uit de dood. Anusha (27) herkent zich erin: “Ik maakte zelf ook zo’n wonder mee. Ik kreeg kokend water in mijn gezicht tijdens het koken. Geld voor het ziekenhuis had ik niet, dus bad ik tot God. Mijn gezicht is genezen.” 

De vrouwen halen veel kracht en bemoediging uit de Bijbel. Veel vrouwen noemen Job als favoriete verhaal. “Hij verloor alles, maar niet zijn geloof in God: een voorbeeld voor ons.” Bardi (35) en Angelina (43) worden bemoedigd door Jakob. “God zegt vaak dat Hij hem nooit vergeet. Dat geldt ook voor ons. Hij ziet ons hier in Dubai en onze kinderen in India.”

‘Je hoeft alleen de verhalen te kennen en die te vertellen’

De Bijbel dichtbij

“Deze arbeidsmigranten geven de verhalen door aan hun familie ver weg, bijvoorbeeld via WhatsApp. Zo gaat het evangelie de wereld over”, zegt Wilma Wolswinkel, relatiebeheerder bij Kerk in Actie. In haar eigen gemeente, pioniersplek De Haven in Utrecht, vertelt en deelt Wilma ook bijbelverhalen via ‘storytelling’. Ze hoopt dat meer gemeenten de kracht hiervan ontdekken: “Mensen worden geraakt en merken hoe dicht de Bijbel bij hun eigen leven staat.”

Kerk in Actie medewerkers Wilma Wolswinkel en Tineke van der Stok reisden in februari 2020 door de Golfstaten. Hun ervaringen en alle informatie over het project 'de kracht van bijbelverhalen' zijn te vinden op

kerkinactie.nl/bijbelingolfstaten

Word gratis abonnee

Petrus gratis in de brievenbus?

Foto's: Tineke van der Stok