Wie bij mij thuis in de keukenkastjes kijkt, komt een hoop gebroken schaaltjes, gebarsten kommetjes en gebutste kopjes tegen. De één was dwars doormidden, de ander ging zonder oor door het leven, en weer een ander lag in tien stukken op de grond. En allemaal zijn ze weer zorgvuldig in elkaar gelijmd. Zolang het geen duizendstukjespuzzel wordt, zie ik toekomst voor dit gebroken aardewerk. Zorgvuldig zoek ik alle stukken bij elkaar, nadat ik hardgrondig gescholden heb. (Ja, sorry.) Soms moet de dader ook uitgekafferd worden, als ik dat zelf niet ben. Eenmaal rustig, leg ik alles voor me neer op tafel en ga ik met secondelijm aan de slag.
‘Het is maar een kopje’
Afgelopen zaterdag was het weer raak. Het was een ongekend rustige ochtend. Zo’n ochtend die zelden voorkomt met drie jongens in huis. In alle rust las ik een boek, toen ik vanuit de keuken het kervende geluid hoorde van aardewerk dat de stenen vloer raakt en in tig stukken uit elkaar spat. Direct daaropvolgend hoorde ik het geschrokken, ietwat panische, gehuil van de oudste. Op de een of andere manier kreeg ik de genade om ongekend kalm te blijven. “Ach”, riep ik terwijl ik mijn boek dichtsloeg, “het is maar een kopje, kan gebeuren.”
Puzzelen op het deksel
Toen ik in de keuken kwam, zag ik dat het niet ‘maar een kopje’ was. Het was het deksel van die felbegeerde theepot die ik al zo lang wilde, en die ik net voor Sinterklaas had gekregen. De afslag naar een scheldkanonnade lag op de loer. Maar ik bleef genade ontvangen en kon daarmee genade schenken. “Kom”, zei ik dapper, “we zoeken alle stukken bij elkaar en proberen het deksel weer heel te maken." En zo zaten we, de oudste en ik, een paar minuten later aan tafel te puzzelen op het deksel. Een half uur later zat het weer op de theepot. Met hier en daar een barst. Maar niet minder mooi.
Van korte duur
Is dit nu genade, vroeg ik me die middag af. Is dit wat God ons wil geven? Is Hij een Vader die zo rustig blijft en samen met ons de brokstukken bij elkaar zoekt, als we de boel weer eens verkloot hebben? Misschien wel. Misschien kreeg ik die ochtend wel genade om te leren over Gods genade. Het zou zo maar kunnen.
Ik kwam er al wel snel achter dat mijn blijk van genade van korte duur was geweest. Gisterochtend was het namelijk weer raak. M’n lievelingsmok spatte uiteen op het aanrechtblad. De man was de dader. En dat heeft ‘ie geweten.