Doorgaan naar hoofdinhoud
Vindplaats van geloof, hoop en liefde
subline-curl
Abonneer je op Petrus Magazine

Rutte: 'Geloof geeft enorme kracht'

Geloof in God biedt mensen houvast, juist in een tijd vol onzekerheid. Visser en Visser spreken Mark Rutte in het Torentje over zijn onverwoestbare optimisme, de Bijbel en de kerk.

“Met welke bijbelse figuur zou u zichzelf vergelijken?” Rob Visser maakt meteen maar duidelijk dat hij en Paul Visser als dominees bij Rutte aan tafel zitten, en niet voor een gesprek over politiek. Het is een grijze najaarsdag, achter de ramen van het Torentje valt regen in de Hofvijver. De agenda van de premier is overhoop gegooid vanwege besprekingen over het coronabeleid, maar hij zit er ontspannen bij. 

Rutte, geboren en getogen in Den Haag, heeft tijdens zijn jeugd heel wat bijbelverhalen gehoord. “Het verhaal over Simson vond ik spannend. Stoer ook, omdat hij zo sterk was. Maar ik ga mezelf niet vergelijken met bijbelse figuren, hoor. Dat vind ik aanmatigend.”

Vuist op tafel

“En Mozes dan?” oppert Paul Visser. “Dat was ook een leider. Hij wist zich geroepen, hij moest mensen mee zien te krijgen, en hij hield het vol ondanks alle gedoe. Daarvan zie ik ook iets bij u.” Maar Rutte wil zichzelf “absoluut niet” naast Mozes plaatsen. “Ik blijf een klein mannetje. Met een grote baan weliswaar, maar ik kan me hoogstens laten inspireren door zo’n icoon.”

‘Ik blijf een klein mannetje, met een grote baan’

“Mozes was weleens boos op het volk, en ook op God”, memoreert Rob Visser. “Als de coronabesmettingen oplopen, wilt u dan nooit met de vuist op tafel slaan?” Gefrustreerd raken dient nergens toe, vindt Rutte, “net als je vuist naar de hemel ballen en roepen dat het te veel regent”. 

Rob Visser: “En die uitspraak dan dat voetbalsupporters ‘hun bek’ moesten houden?” Dat had hij beter anders kunnen verwoorden, erkent de premier. “Eén moment van zwakheid en dan flap je er zoiets uit. Niet slim.”

Door zijn werk als minister-president krijgt hij vaak te maken met politieke tegenstand en openbare kritiek. Maar Rutte is niet snel van zijn stuk gebracht. “Ik heb geleerd om als je mensen echt niet begrijpt, niet veroordelend naar hen te kijken maar eerder met verbazing. Zoals de Engelsen zeggen: be puzzled. Wat gebeurt hier nu weer?”

Groter perspectief

Geloof speelde altijd een rol in het hervormde gezin waarin Rutte opgroeide – een warm en open geloof. “Het was licht zonder dat het lichtvoetig werd”, zei hij hierover in de Preek van de Leek die hij ooit hield in de Duinzichtkerk in Den Haag. “Het was niet wettisch en kende weinig ge- en verboden.” 

Zijn opa, ouderling in de Badkapel, was diepgelovig, zijn ouders gingen regelmatig naar de kerk, zelf gaat hij sporadisch. “Het mooie van een kerkdienst is dat je daar de context van de eeuwigheid kunt ervaren. Waar je anders enorm bezig kunt zijn met problemen, plaatst het geloof in een God die in een groter perspectief. Dat geeft een enorme kracht.” “Precies,” zegt Paul Visser, “en daarom is het zo belangrijk om kerken open te houden, juist ook in deze tijd.”

Rutte vertelt hoe hij ooit op bezoek was bij de paus. “Hij vroeg me: ‘Bent u gelovig?’ Ik zei: ‘Ja. Maar ik ben protestants opgevoed, dus: witgepleisterde muren, orgelspel, een rechtstreekse verbinding met de Almachtige, en de volledige afwezigheid van mystiek.’ De paus zei: ‘Dat mystieke zou ik missen.’ Later realiseerde ik me dat mijn antwoord niet helemaal klopte: in protestantse kerken is het mystieke er net zo goed als in de katholieke kerk, alleen ligt het er wat minder dik bovenop.”

In de Preek van de Leek omschreef hij zijn eigen geloof als “49 procent twijfel, 51 procent geloof”, brengt Rob Visser in herinnering. “Zijn er ook momenten dat dat omdraait?” Rutte schudt vastbesloten zijn hoofd. “Nee. Die 51 procent neemt eerder iets toe dan af.”

In diezelfde Preek van de Leek heeft hij het over het lijden en de opstanding van Christus: ‘Die staan voor de troost en hoop die alles omvatten wat voor ons van belang is.’ “Wat bedoelt u daarmee?” vraagt Paul Visser zich af. Rutte: “Het hele Oude Testament bevat de belofte van de komst van Christus en van de kruisiging en de wederopstanding. En dan gebéúrt dat ook nog. Daar kan een enorme troost van uitgaan.” Paul Visser knikt: “Het doorbreekt de gesloten cirkel van ons bestaan.”

Optimistisch

Het geloof kan steun bieden op moeilijke momenten, is de overtuiging van Rutte. In mei dit jaar, midden in de coronacrisis, overleed zijn eigen moeder, 96 jaar oud. “We mochten niet op bezoek in het verpleeghuis, alleen die laatste nacht. Een heel rare tijd.” Als je in zo’n periode kunt geloven dat er méér is, “dat helpt enorm”, zegt hij.

Hij heeft veel meegekregen. “De Bijbel is, net als het humanisme en de Verlichting, voor mij een bron van normen en waarden. Hierdoor ben ik gevormd. Mijn ouders hadden altijd vertrouwen in de toekomst: het komt goed. Van hen heb ik ook geleerd om jezelf niet te serieus te nemen en er voor anderen te zijn. En: om niet neer te kijken op de vuilnisman en niet op te kijken naar de professor.” 

“U bent in allerlei opzichten een optimistisch mens”, stelt Rob Visser vast. “Mag ik dat samenvatten als: er kan veel fout gaan in het leven, maar uiteindelijk loopt het goed af?” Rutte glimlacht. “Daar ben ik optimistisch over, ja.”

Past zijn optimisme – over het leven, over God, over mensen – “bij het optimistische geloof van de VVD?” zo vraagt Paul Visser zich af. Rutte denkt van wel: “Ik voel me daar thuis. VVD’ers zijn een beetje zakelijk, maar er is ook oog voor het sociale. En ze kijken vol optimisme vooruit.” 

Draagvlak

Schuren politieke beslissingen soms niet met zijn innerlijke overtuigingen? Rob Visser zou het zich maar al te goed kunnen voorstellen. “U weet dat er in de kerk veel mensen zijn die zich zorgen maken over vluchtelingen op Lesbos.” Speelt Rutte in de politieke besluitvorming niet ‘advocaat van de duivel’? 

Natuurlijk wringt die situatie, dat realiseert de premier zich goed. “Maar ik kan als politicus niet alleen handelen uit gevoel. Je kan niet tegen iedereen die uit een land komt waar een probleem is, zeggen: kom maar hierheen en morgen naar Syrië of Eritrea gaan om mensen op te halen. Dan weet ik zeker dat het draagvlak voor de opvang van vluchtelingen heel snel verdwenen is. De vraag in de politiek is altijd: hoe houd je de steun van de samenleving? Bovendien geldt hier: de situatie op Lesbos is beter zichtbaar omdat het binnen Europa is. Maar er is ook ellende in veel andere gebieden in de wereld. Het is niet fair om één land vooraan te zetten. Je moet reëel zijn: wat kun je in Nederland doen, wat in het land zelf en wat in samenwerking met andere landen?”

‘De vraag is altijd: hoe behoud je het draagvlak?’

Grote zee

In een wereld vol onzekerheid en crisis speelt de kerk een belangrijke rol, daarvan is Rutte overtuigd. “Kerken helpen bezinning op gang in de samenleving, mensen kunnen er terecht met levensvragen. En de oproep is altijd: wees er niet alleen voor jezelf, maar ook voor degene naast je. Toen Nederland op slot ging, werd er in een mum van tijd van alles georganiseerd. Dat heeft allemaal grote meerwaarde voor de samenleving.” 

Hij citeert een regel uit een Bretons vissersgebed, de tekst stond bij John F. Kennedy op het bureau: “‘O God, de zee is zo groot en mijn bootje is zo klein.’ Zo voelt het soms. Maar kerken kunnen duiding geven aan die grote zee. Ze laten je voelen: je zit niet alleen in dat kleine bootje, we zitten er samen in. En ze plaatsen gebeurtenissen in de historie: we hebben voor hetere vuren gestaan. Tegen iedereen die actief is in de kerk, of dat nu is als dominee, als vrijwilliger, als diaken of wat dan ook, wil ik zeggen: realiseer je dat de kerk een positieve rol speelt!” 

“Zou u nog iets willen meegeven aan de kerk?” vraagt Paul Visser. Rutte onderstreept nog een keer dat hij vindt dat de kerk een belangrijke taak heeft in de samenleving en dat ze die taak ook oppakt. En vergelijken met een bijbelse figuur wil hij zich weliswaar niet, maar als een optimistische profeet spreekt Rutte – ondanks de zichtbare daling van de ledenaantallen – wel zijn hoop uit voor de toekomst van de kerk. Hij stelt vast dat steeds meer mensen zoeken naar zingeving. “Er komt veel op mensen af, ik denk dat meer en meer jonge mensen hun weg zullen vinden. Zij hebben behoefte aan zingeving in de drukte van hun leven en in een wereld die zo onzeker is. Ook in deze turbulente tijd. Ik heb goede hoop.”

Op 31 oktober hield minister-president Mark Rutte de Protestantse Lezing 2020, over het thema 'Het goede leven'. Benieuwd? Kijk de lezing hier terug (vanaf 38:44).

---

Mark Rutte
Mark Rutte is in 1967 geboren in Den Haag. Hij is sinds 2010 minister-president en minister van Algemene Zaken, op dit moment in het derde kabinet-Rutte. Hij is ook politiek leider van de VVD. Naast zijn werk als premier geeft hij elke week maatschappijleer op een vmbo in Den Haag. Voor zijn politieke loopbaan werkte hij in het bedrijfsleven.

Word gratis abonnee

Petrus gratis in de brievenbus?

Foto's: Sjaak Verboom