Doorgaan naar hoofdinhoud
Vindplaats van geloof, hoop en liefde
subline-curl
Abonneer gratis op Petrus Magazine

Lied: Van ver, van oudsher

Lied 326 uit het Liedboek, gezongen door een projectkoor o.l.v. Hanna Rijken

Van ver, van oudsher aangereikt,
een woord dat toch niet van ons wijkt,
nabij en nieuw ons aangedaan,
weer vlees geworden, opgestaan!

Dit woord komt tot ons op de wind.
Het zoekt een huis, een wijs. Het vindt
gehoor bij mensen, onderdak.
Dit woord, dat God van oudsher sprak.

Dit woord blijft leven in een lied.
Waar mensen zingen sterft het niet,
als adem die de harten voedt,
als lente die ons bloeien doet.
    
Dit lied dat onze nacht verstoort
wordt keer op keer als nieuw gehoord.
Het breekt zich baan in morgenlicht,
een nieuwe dag, een vergezicht.

Van ver, van oudsher aangezegd,
een naam, opnieuw op ons gelegd,
een woord, dat onze monden vult,
een lied, dat Gods gelaat onthult.

O woord, zolang ons toegedaan,
zet ons opnieuw tot zingen aan:
gezegend, hier en overal
die is, die was, die komen zal!

Tekst: Sytze de Vries
Melodie: Hannover 1646 – ‘Nun jauchzt dem Herren, alle Welt’
© maker
Projectkoor o.l.v. Hanna Rijken
Fluit: Hanna Rijken
Cello: María Suárez López
Orgel: Sebastiaan ’t Hart

---

Toegelicht: 326 Van ver, van oudsher aangereikt

(door dr. Oane Reitsma, predikant van de Protestantse Gemeente Hilversum)

Woord

Dit lied gaat over het Woord dat steeds opnieuw actueel wordt. Dat kan op twee manieren worden opgevat. Het is het Woord van God dat – als het goed is – elke zondag en elke weekdag wordt geactualiseerd in ons leven. Maar het is ook het Woord uit Johannes 1 dat mens wordt, en dat op de eerste dag opstaat (‘weer vlees geworden, opgestaan’!). Door die twee met elkaar te verbinden, geeft dit lied een bijzondere theologische diepte aan de Schriften die elke zondag geopend worden. Zij zijn het Woord dat van oudsher ons is aangereikt, in hen klinkt het wezen van de mensenzoon door.

Op de wind

De beeldspraak van het woord wordt voortgezet in de volgende coupletten. Het komt ‘op de wind’ – wordt hier de Heilige Geest mee bedoeld? Het zoekt een wijs – want het woord wordt immers ook gezongen. En het zoekt een vruchtbare bodem bij de mensen. Door het woord te zingen blijft het woord levend en wordt het steeds opnieuw tot verwerkelijking gebracht.

Donker en licht

Couplet 4 heeft het over het lied dat de nacht verstoort. Dit doet denken aan de psalmen die in de kloostergetijden worden gezongen, tijdens de metten. Het zingen van dat woord – de psalmen in het bijzonder – doet steeds weer het daglicht aanbreken. Niet omgekeerd! Er wordt niet gezongen bij het krieken van de dag, maar als er wordt gezongen breekt het licht aan! Een prachtig beeld.

Een naam

In couplet 5 klinken de beginwoorden van het lied opnieuw, nu iets anders: ‘Van ver, van oudsher aangezegd’. Deze keer is het niet ‘een woord’, maar ‘een naam’ die tot ons komt – een nuanceverschil. Die naam wordt opnieuw ‘op ons gelegd’. Hier resoneert de belofte die in de Godsnaam verborgen ligt: ‘ik zal er zijn’. Die belofte werd geactualiseerd in de komst van de mensenzoon en zal steeds opnieuw geactualiseerd worden. Daarom zingt het laatste couplet tot het ‘woord’: zet ons opnieuw tot zingen aan, steeds opnieuw. Dan wordt werkelijkheid ‘die is, die was en komen zal’. Iedere keer als de Schriften opengaan en opnieuw relevant blijken in een nieuwe tijd.

Elke week de nieuwste gebeden in je inbox

Ontvang de wekelijkse nieuwsbrief

KRO-NCRV

Was deze informatie zinvol?
We hebben je feedback ontvangen, dankuwel!

Om deze pagina verder te verbeteren zijn wij benieuwd waarom u deze pagina wel of niet zinvol vond. U kunt ons helpen door de onderstaande vragen in te vullen.

Mogen we je contactgegevens voor eventuele verdere vragen? (niet verplicht)