Doorgaan naar hoofdinhoud
Vindplaats van geloof, hoop en liefde
subline-curl
Abonneer je op Petrus Magazine

Brief aan mijn kleinzoon: 'Zo teer als de wind'

Jos van Oord is sinds twee maanden grootvader van kleinzoon Abel. In een reeks brieven aan Abel mijmert hij over het geschenk van opa worden, de wereld waarin Abel terechtkomt en het leven dat zijn kleinzoon te wachten staat.

Lieve Abel,

Welkom in deze wereld. Het zal even wennen zijn. Maar gelukkig is er de bescherming van je ouders, de warmte van je wieg. De geborgenheid aan de borst van je moeder.   

Wat voor mens groeit er uit jou, Abel? Ik hoop dat je mag worden wie je bent. Een uniek mens. En ik hoop dat ik je als grootvader nog een tijd mag meemaken. Je groter mag zien worden. Dat we hand in hand door het bos of de stad zullen lopen. Naar de speeltuin zullen gaan of samen op de bank zullen lezen uit een boek.

Je zult het vast gauw horen. Dat je naam niet alleen voorkomt in een boek van Annie MG Schmidt, maar ook in de Bijbel. Abel: ademtocht is zijn naam, zo teer als de wind. Zo klein als een briesje. 

Abel heeft een broer, Kaïn, een stoere vent. Beiden geven God een offer. En God kijkt naar dat van Abel - en niet naar dat van Kaïn. En dat wekt woede op bij de laatste. Dat snap ik wel, maar ik vind het ook fijn dat God naar Abel kijkt. Weet je waarom? Ik lees daarin dat het gaat om degene die kwetsbaar is. 

Maar Kaïn is boos. Zo kwaad dat, zo staat er, ‘zijn gezicht valt’. Hij laat zijn hoofd zakken. Zoekt geen communicatie. Abel is lucht voor hem. Kaïn heeft een broer, maar is zelf geen broer. Dan opent Kaïn zijn mond: ‘Laten we naar het veld gaan’, zegt hij. Een zinnetje dat nog twee keer voorkomt in de Bijbel – in Hooglied. Daar is het een uitnodiging tot liefde, tot intimiteit. Tot samen het spel van plezier beleven. Zoals jouw vader in zijn jeugd met zijn  broertje naar de tuin ging om te dollen op het gras. 

Maar Kaïn heeft iets anders in gedachten. En het loopt verkeerd af.

Feitelijk.

Maar niet echt.

Wat ik bedoel? 

Ik vertel het je.

Net voordat jij geboren werd, las ik een boek van een jonge collega, theoloog Alain Verheij: Ode aan de verliezer. En weet je wat zo bijzonder was? Toen ik dit boek uit had, werd jij geboren en hoorde ik voor het eerst je naam: Abel.

En in dit boek lees ik dat Abel, jouw naamgenoot die te jong stierf door de hand van zijn broer, gelukkig een grote nalatenschap heeft. Hij drukt zijn stempel op de verdere verhalen omdat de bijbelschrijvers zijn kant kiezen en hem niet vergeten. In zijn spoor zoeken ze niet naar de krachtpatsers, maar naar de kwetsbaren. 

Je zult het wel merken straks, als je groter bent: in de wereld is het vaak anders. Mensen denken graag vanuit winnaarsperspectief in plaats vanuit broosheid. Zo wordt ook de geschiedenis beschreven. De Kaïns lijken de dienst uit te maken, dat zul je wel merken. Maar in de Bijbel worden de Abels op het podium gezet, omdat ze nogal eens vergeten worden in de geschiedenis van de wereld.

Daarom ben ik zo blij met jouw naam, Abel. En als je naam, zoals in veel culturen wordt gedacht, ook het programma van je leven is, word jij misschien wel een mens met een oog voor het kwetsbare in de wereld, het breekbare, het weerloze. Want broos zijn wij mensen, al schreeuwen we daar vaak overheen. Dat merken we ook in deze tijd dat jij geboren bent, met de wereldwijde dreiging van corona. We zijn zo teer als de wind. Zo klein als een briesje. Maar ook zo krachtig.

Daarom vind ik jouw naam zo prachtig.

Dag lieve Abel,

Opa

Lees over twee weken de volgende brief van Jos van Oord aan kleinzoon Abel.

Elke week het beste van Petrus online

Ontvang de wekelijkse nieuwsbrief

Foto: Unsplash