Doorgaan naar hoofdinhoud
Vindplaats van geloof, hoop en liefde
subline-curl
Abonneer je op Petrus Magazine

Wat het woord ‘genade’ ons leert

Genade. Het is een oud woord, dat als een rode draad door de hele Bijbel gesponnen is. Een woord dat wezenlijk is voor ons geloof en voor ons kerk-zijn.

De Protestantse Kerk heeft dat woord, ‘genade’, centraal gesteld in Waarom? 

We leven in een tijd waarin kerken het moeilijk hebben, kleiner worden. Er is op veel plekken sprake van krimp. Je ziet dat heel veel gemeenten eigenlijk proberen de situatie wat in de greep te houden. Het mag ons toch niet uit de vingers glippen!

Maar van ‘krimp’ kun je zomaar in een ‘kramp’ komen. En voor je het weet, wordt je geloof verkrampt. Terwijl geloof ons toch eigenlijk leert dat we ontspannen mogen leven.

Dat is nu net wat dat woord genade wil bewerken in onze levens. ‘Aan mijn genade heb je genoeg’, zo lezen we in de tweede brief van Paulus aan de Korinthiërs. Genade als kernwoord. Een diep woord, een breed woord. Een explosief woord ook, want als jij alles in je vingers probeert te houden, dan blaast dat woord ‘genade’ je het uit je handen.

“Als jij alles in je vingers probeert te houden, blaast dat woord ‘genade’ je het uit je handen”

Paulus schrijft die zin, 'Aan mijn genade heb je genoeg', aan de huisgemeenten in Korinthe. In die tijd was men in Korinthe heel spiritueel. Hoe spiritueler je was, hoe meer je het geestelijk leven in de vingers had, hoe hoger je op de ladder stond. Tegen die achtergrond schrijft Paulus over zijn eigen ervaring. Ook een spirituele ervaring, maar hij beroept zich er niet op. Integendeel zelfs. Hij zegt: ‘Om mij niet te verheffen, is mij een doorn in het vlees gegeven.’ Een doorn, een soort splinter. Wat dat precies is geweest? Sommigen zeggen: iets in zijn oog, iets pijnlijks. Het was in ieder geval iets chronisch. Je kunt het woord dat Paulus gebruikt ook wel vertalen met het woord ‘paal’. Een paal waar een misdadiger aan vastgebonden werd en vervolgens werd gegeseld. En sommige uitleggers wijzen erop dat het woord dat Paulus gebruikt ook wel gebruikt werd voor een kruis.

Drie keer heeft Paulus gebeden of die ‘doorn’ niet weggenomen mag worden, schrijft hij. Drie keer, maar tevergeefs. Een zelfde ervaring komen we nog een keer tegen in de Bijbel. Jezus bidt in Gethsemané drie keer of de drinkbeker aan hem voorbij mag gaan. Maar hij moet die weg gaan. 

Die doorn in het vlees herinnert Paulus aan Jezus. Aan de weg die Jezus ging. Niet zijn geestelijke ervaring - hoe hoger, hoe beter; hoe meer grip, hoe meer je voorstelt - maar juist zijn kwetsbaarheid leert hem de weg van Jezus te gaan. De weg van de navolging. 

“Juist zijn kwetsbaarheid leert hem de weg van Jezus te gaan”

Dáár wil genade ons bij bepalen. Niet bij wat we hebben, maar bij wat we ontvangen. God die in zijn liefde naar mensen omziet, in Jezus ons voorgaat door het leven. Ons open maakt voor elkaar. Daar komt het op aan. Voor jezelf persoonlijk, voor ons als kerk. En daarom dat woord ‘genade’. Daar hebben we genoeg aan. Om van en mee te leven.

Dankbaar leven, een (op)gave?

Bestel nu gratis het boekje #Dankbaar

Beeld: Menne Vellinga / Westerkerk Amsterdam