Doorgaan naar hoofdinhoud
Vindplaats van geloof, hoop en liefde
subline-curl
Abonneer je op Petrus Magazine

Licht dat groeit

Advent in coronatijd. Wim Beekman heeft naar deze weken uitgekeken.

Kerst komt vroeg dit jaar. Bij mij ook. In oktober trokken mijn gedachten al naar het licht van de decemberdagen. Het zal te maken hebben met de coronabeperkingen die duren. Het lange donker verdragen is moeilijk. 

Ik heb verlangd naar Kerst en naar de weken daarvoor. Naar de vrolijkheid van het sinterklaasfeest om te beginnen, naar sterren en bomen die overal in de Friese velden oplichten vooral, naar lampjes die meer en meer gaan schijnen in de straten van ons dorp niet minder. 

Het kerstlicht staat voor mij symbool voor het goede dat wij in onszelf opdiepen; voor de zachte krachten die we vinden; voor het duister dat we verdrijven. We doen het massaal én ieder voor zich. We ontsteken het voor even én hopen op lang. Het licht verheugt mijn hart. 

Zowel in als buiten de kerk. Nooit gaan samenleving en kerken zo hand in hand, geen moment vieren we zo eendrachtig feest, als in de dagen van Kerst. Zeker in dagen van corona. Met het hele volk vieren we ‘kerstverlenging’, met heel de kerk vieren we ‘advent’. 

Vier weken lang leven we in kerkdiensten met kleine stapjes naar Kerstmis toe. Iedere dienst steken we één kaars meer aan, de kinderen zingen elke zondag één couplet erbij van het lied ‘Advent is dromen dat Jezus zal komen’. Advent is het feest van het licht dat groeit. 

Kerstverlichting in huizen en straten is mijn lafenis van zinnen, advent in de kerk is mijn lafenis van binnen. Wekelijks een vlammetje meer. Dat verlicht en verwarmt mij. Rituelen zijn de trapleuningen van het leven. Ze geven me houvast. 

Daar bedenk ik dan van alles omheen. Dat het maar een kleine vlam is elke keer. Maar dat je zo’n lichtje wel van heel ver kunt zien. Vooral waar het aardedonker is. Wanneer ik ’s avonds door de buitengebieden van Friesland rijd, zie ik altijd wel ergens in de verte een boompje branden bij een hoeve. Hoe kleiner, hoe lichter. 

Ook hoop ik dat het ritueel van advent me leert geduld te hebben. Niet ineens de hele kandelaar met vier kaarsen, maar telkens één erbij, en dan weer wachten op de volgende. Niet plots het volle licht dat over ons valt. Wat goed is groeit langzaam. En geduld helpt corona te doorstaan.

Vier voorzichtige vlammen - ‘nog even wachten’ - doen mij verlangen naar het licht dat komt: engelen in de kerstnacht, de ster van de wijzen. Ook naar de verlichting van het virus dat dooft. 

Licht is een krachtig symbool. Het biedt houvast aan gelovigen en ongelovigen. Het stoort zich niet aan de grenzen van welke levensovertuiging dan ook. Over het licht kunnen dichters teer vertellen:

Gelukkig dat
het licht bestaat
en dat het met
me doet en praat
en dat ik weet
dat ik er vandaan
kom, van het licht
of hoe dat heet.
(Hans Andreus.)

Op weg naar Kerst

Volg de online adventskalender 'Geef licht'

Foto: Unsplash