Doorgaan naar hoofdinhoud
Vindplaats van geloof, hoop en liefde
subline-curl
Abonneer je op Petrus Magazine

Hemel, hoor je mij?

Een overdenking van scriba ds. René de Reuver bij Gedachteniszondag.

Deze overdenking sprak scriba ds. René de Reuver uit tijdens de Met hart en ziel-Gedachtenisviering op 21 november.

Aangrijpend, de woorden die vandaag klonken. Uit een kindermond. ‘Hemel, hoor je mij? Ooit was daar iemand. Besta je nog, God? Ben je nog die van toen of ben je een ander geworden, die geen genade meer kent?’

De klacht gaat mij - en misschien ook jou wel - door merg en been.

De dichter van het lied waaruit ze komen, Psalm 77, maakt van zijn hart geen moordkuil. Hij klaagt zijn nood.

En met goedkope troost laat hij zich niet afschepen. ‘Mijn ziel weigert zich te laten troosten’, zo staat er letterlijk in de psalm.

Buiten/binnen de kerk

De eerste verzen van de psalm klonken zonet buiten deze ruimte, buiten de kerk. Vanuit de rauwe werkelijkheid van het leven van alledag. Misschien wel bij het graf van een geliefde. Misschien vertolken ze wel de woorden die bij jou opkwamen bij het afscheid, of bij het graf van jouw geliefde: God, bent U ons vergeten? Laat u ons aan ons lot over? En had - heb! -  je net zomin als de dichter van Psalm 77 behoefte aan goedkope troost. 

In de kerk hoef je je klacht, je verdriet, je gevoel van leegte, niet buiten te laten. Juist niet! De kerk sluit het leven niet buiten, maar brengt het voor God. Een kerkgebouw is een ruimte om te treuren, te bidden, te zingen, stil te worden, troost te vinden... Juist hier binnen klinken de namen van de mensen die ons ontvallen.

Zoals de naam van de moeder van Joe. Joe, die 16 jaar is, en verder moet zonder zijn moeder. Juist hier, in dit huis van God, krijgen zijn woorden extra lading: ‘Mam, ik hoop dat het beter is daar, want hier is het zwaar...'

Een lied

Te midden van al die namen klinken de woorden van Psalm 77. De dichter heeft zich niet opgesloten in zijn verdriet, maar heeft er een lied van gemaakt. Een uitlaatklep voor zijn verdriet, om te delen en te zingen, samen met anderen.

Verdriet, leegte, nood zijn te overrompelend om voor jezelf te houden. Dat moet je delen met anderen. Hoe kan dat beter dan in een lied? Met liedregels die je raken, die resoneren in je hart. Die tranen losmaken en stem geven aan je diepste emoties. Die je verbinden met anderen.

Psalm 77 is een roep om gehoor. Om nabijheid van anderen, van God. Want alleen concrete nabijheid kan troosten.

Kinderslaapkamer

Ik moet hierbij denken aan het herkenbare verhaal van een jongen als Joe, maar dan nog wat jonger, een jaar of zes. Hij moest alvast gaan slapen, in een onbekende kamer, in het donker. Zijn moeder zei: ‘Ik ben beneden; ik vergeet je niet. Ik kom straks nog een kus geven…’

Maar zijn moeder bleef lang weg, en het jongetje werd bang. Hij riep om zijn moeder - zou ze hem vergeten zijn? Ze lijkt hem niet te horen. En hij wordt pas getroost als ze komt.

God komt

Concrete nabijheid, alleen dat helpt. En om die worsteling gaat Psalm 77. Je herkent het denk ik wel. Alleen de concrete nabijheid van anderen, van God, troost. Wie verlangt niet naar deze nabijheid?

Al roepend, biddend, zingend kun je het soms zomaar ervaren: ik ben niet alleen. Er is er Eén die mij kent. Die - zo zingt de dichter van de psalm: een weg baant door de zee - daar waar ik het in mijn eentje niet redt. Die mij juist daar voorgaat, de toekomst tegemoet, het duister voorbij.

Beluister ook:

Dankbaar leven, een (op)gave?

Bestel nu gratis het boekje #Dankbaar

Foto: KRO-NCRV